U bevindt zich hier: Vakbondshistorie/Kantelpunten

Kantelpunten in de geschiedenis van de FNV

In 2006 vierde de FNV haar eeuwfeest. In 1906 immers werd het Nederlands Verbond van Vakvereenigingen (NNV) opgericht. Dat NVV ging in 1979 samen met de katholieke vakbeweging (NKV) en viert dus nu als FNV het eeuwfeest. Historicus Sjaak van der Velden vat de geschiedenis van het FNV in een tiental gedenkwaardige jaartallen samen.

1866
Oprichting Algemeene Nederlandsche Typografen Bond
Eerste landelijke vakbond. Daarvoor bestonden al tientallen zo niet honderden lokale verenigingen. Aandachtspunten: gezamenlijke kassen (spaarpotten) voor ziekte en overlijden. In de laatste decennia van de 19e eeuw worden tal van vooral plaatselijke bonden opgericht.
1893
Oprichting Nationaal Arbeids Secretariaat (NAS)
Dat gebeurde in opdracht van socialistische internationale. Daardoor stelde het NAS zich revolutionair op. Een jaar later kwam de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkers Bond (ANDB) van de grond. Deze trad veel minder politiek gericht en veel pragmatischer op.
1903 Algemene spoorwegstakingen De grote landelijke stakingen van januari (gewonnen) en van april (verloren) gaven aan dat beide stromingen (ANDB en NAS) onverenigbaar waren. Er manifesteerde zich een enorme tweespalt in de arbeidersbeweging. Troelstra versus Domela Nieuwenhuis (NAS).
1906
Oprichting Nederlands Verbond van Vakvereenigingen (NVV)
Het initiatief namen leden van de ANDB e n gelijkdenkenden. Spraakmakend in denken en optreden was de eerste ANDB-voorziter Henri Polak. De oprichting van het NVV is een uitvloeisel van het oproer rond de spoorwegstakingen van 1903 en de duizenden ontslagen door de werkgevers.
1914
Noodwet minister Treub
De vakbonden worden voor het eerst gebruikt door de overheid bij de ondersteuning van werklozen als gevolg van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.
1918
'Revolutie'Troelstra
SDAP-kamerlid Jelle Troelstra roept, geïnspireerd door de opstanden in Rusland, de revolutie uit in Nederland. De burgemeester van Rotterdam ziet de bui hangen en geeft de sleutel van de stad aan de socialisten. Deze 'revolutie' smoort zichzelf echter in de kiem. Zeperd voor Troelstra. Het NVV schudt definitief het revolutionair sentiment af en ondersteunt de revolutiepoging niet.
1943
Poldermodel in de maak met ondersteuning van vakbeweging
Al in de oorlogsjaren wordt de basis gelegd voor de oprichting van de Stichting van de Arbeid (1945) en de Raad van Vakcentrales (NVV, NKV, CNV). Betekende een formeel vastgelegde samenwerking tussen werkgevers en werknemers en tussen de drie grote stromingen in de vakbeweging. Deze ontwikkeling leidde tot een verwijdering tussen leiding en leden. In 1950 oprichting Sociaal-Economische Raad. Eenheidsvakcentrale (EVC), waarin veel communistische sympathisanten zich na het verzet in de oorlog, hadden gevonden, is dan al op zijn retour. Dank zij onder andere de harde aanpak van overheid, werkgevers en het erkende NVV.

1970
Grote stakingen in de haven en metaal (op de werven)
Einde geleideloonpolitiek. Arbeidsmarkt ontploft. Radicalisering vakbonden onder druk van acties. Koppelbazen in de haven en houding werkgevers wekken woede op van havenwerkers. Gevolg: een algemene loonronde van 400 gulden. Havenwerkers e.a. ervaren hun kracht (en de betrekkelijke afstandelijkheid van de leiding van de bonden).

1982
Akkoord van Wassenaar Eind radicalisering
Vakcentrales leggen zich neer bij loonmatiging in ruil voor een belofte tot banengroei. Leidt weer tot vergroting van de afstand leiding-leden. Veel leden zien het nut niet in van loonmatiging.

2004
Demonstratie Museumplein, Amsterdam
Massale opkomst (300.000). Bevestiging van nieuw radicalisme? Vooral van onderaf geïnitieerd en daarna ging de leiding enigszins weifelend mee.

Toelichting:
Er zijn nog veel meer kantelpunten denkbaar, zoals het Plan van de Arbeid (1935), maar er loopt een rode draad door het hele verhaal van 140 jaar vakbondsgeschiedenis. De vakbond is als een slang in een pijp. Ze kan op de bodem liggen of tegen de bovenkant duwen, maar niet eruit. Onderkant is erkenning door leden, bovenkant is erkenning door overheid en ondernemers. Zonder die twee erkenningen kan de vakbeweging niet goed functioneren in het dienen van haar doel: het behartigen van de belangen van de leden.