De in het Friese Hallum geboren Jan Stap - 4 september 1859 - is een bewogen man met een sterk rechtvaardigheidsbesef. Na oprichting van Broedertrouw op 27 oktober 1889 is hij vice-voorzitter, maar weldra de eigenlijke leider van deze vereniging van landarbeiders. Broedertrouw kent al snel negentien afdelingen in de Friese Noordwesthoek.
Broedertrouw boekt reeds snel resultaten, maar de reactie van de boeren laat niet lang op zich wachten. De staking in Het Bildt, gestart in augustus 1890, gaat de winter in zonder resultaat. Stap spreekt overal in Friesland en elders om begrip en steun voor de stakende landarbeiders te krijgen. Stap maakt op Pieter Jelles Troelstra, die hem verdedigd in zijn eerste arbeidersrechtszaak, zo'n indruk dat Troelstra "bekeerd" wordt tot het socialisme. De staking gaat verloren en Stap raakt tussen twee vuren. Enerzijds zijn er de boeren die hem haten en anderzijds de teleurgestelde landarbeiders die een zondebok nodig hebben.
Vitus Bruinsma, een der leiders van de Friesche Volkspartij waarmee Stap bevriend is geraakt, koopt in St. Jacobiparochie een huis, dat als Volksgebouw wordt ingericht. Stap wordt als beheerder aangesteld. Eind 1891 wordt Stap er in het geniep van beschuldigd steungeld bestemd voor de stakers in eigen zak te hebben gestoken. Hoewel er nimmer enig bewijs wordt geleverd houdt, de roddel aan en wordt het leven van hem en zijn gezin jarenlang zo zuur gemaakt, dat hij in 1896 besluit te emigreren naar de Verenigde Staten.