U bevindt zich hier: Sleutelfiguren/Jan Hillenga

Jan Hillenga

Hilgenga wordt op 21 juni 1883 geboren in Midwolda. Hij is een zoon van een broodbakker annex caféhouder. Hij volgt in Finsterwolde een opleiding tot onderwijzer, maar zal nooit voor de klas staan. Aanvankelijk werkt hij als klerk-telegrafist bij de spoorwegen en daarna als commissionair in stro en aardappelen. Daarnaast is hij nog correspondent van de Winschoter Courant en agent voor de Holland-Amerika-Lijn. In Finsterwolde komt Hilgenga in aanraking met het vrije socialisme dat onder de landarbeiders leeft. >Ik dweepte met het anarchisme en Domela was mijn idool, zal hij later bekennen. In 1913 is hij de mede oprichter van de SDAP-afdeling Midwolda. In dat zelfde jaar leidt hij zijn eerste staking namens de Nederlandsche Bond van Zuivel- en Landarbeiders. Kort daarna volgt zijn aanstelling bij de bond eerst als propagandist en vanaf 1916 als bestuurder voor Groningen en Drenthe. Hij weet een groot deel van de Oldambster landarbeiders te winnen voor de >moderne= vakbeweging. In 1915 wordt hij de eerste socialist in de gemeenteraad van Midwolda. Als hij in 1918 wordt gekozen tot secretaris van de bond verhuist hij naar Leeuwarden en vervolgens, als in 1921 het bondsbureau wordt verplaatst, naar Utrecht. Vanaf 1919 redigeert hij het bondsblad Vereenigt U. Hilgenga is een drijvende kracht in de landarbeidersorganisatie. Lange tijd in de schaduw van voorzitter Hiemstra. Hij voert talloze onderhandelingen en is betrokken bij tientallen stakingen.

Als door de crisisjaren partijen in de landbouw steeds verder worden veroordeelt tot de onderhandelingstafel is dat niet tegen de zin van Hilgenga. Als antwoord op de crisis pleit hij voor ordening van de landbouw en voor socialisatie van de grond en de productiemiddelen. Geordende arbeidsverhoudingen ziet hij als een eerste stap. Communistisch verzet hiertegen beantwoord hij door het lidmaatschap van de CPN onverenigbaar te verklaren met het lidmaatschap van de bond. Het NVV zal hem in deze gedragslijn volgen. In 1937 volgt Hilgenga Hiemstra op als Tweede Kamerlid en in 1939 als voorzitter van de bond. In de Kamer houdt hij zich vrijwel uitsluitende bezig met de belangen van de landarbeiders. Kort voor de Duitse bezetting voltooid hij het gedenkboek 40 jaren Nederlandse Landarbeidersbond (Amsterdam 1940).

Hilgenga die zich eerder scherp had uitgelaten ten aanzien van het fascisme, staat na mei 1940 een politiek van aanpassing voor. Hij is onder de indruk gekomen van de maatregelen die de bezetter heeft genomen ten gunste van de landarbeiders. Hilgenga overschat de mogelijkheid om op deze manier tot een geordende landbouw te komen. Hij werkt nog mee aan de liquidatie van de confessionele vakorganisaties en neemt pas op 15 juni 1942 ontslag als voorzitter. Door de Ereraad van de SDAP zal hij in 1945 worden berispt, maar die van het NVV acht het hele bestuur verantwoordelijk. Hij bedankt voor het Tweede Kamerlidmaatschap, maar verzet zich als zijn bond besluit alleen hem en oud-secretaris Akkerman van verdere functies uit te sluiten. Hij blijft echter zijn bond een warm hart toedragen. In landbouwzaken zal hij het bestuur van de bond blijven adviseren. In mei 1968 komt Hilgenga te overlijden.