U bevindt zich hier: Home/Inleiding Bert Breij

Inleiding uitgesproken door Bert Breij, op 25 oktober 2008 in het hoofdkantoor van de FNV, naar aanleiding van het door hem geschreven jubileumboek 'Twee Miljoen Leden' ter gelegenheid van het 25-jarige bestaan van de Vakbond Historische Vereniging.

Voorzitter, bestuur, waarde vrienden.

Gegroet, ook namens uw bondsbestuur.
Ik ben zeer vereerd door u uitgenodigd te zijn - op deze zonnige middag - en u allen - zo in groten getale hier bijeen - te mogen vertellen over de laatste stand van zaken in de onderhandelingen met de werkgevers. Het zijn barre tijden, maar we zijn - en dát ten principale - heren en ook dames - niet bereid de volledige prijscompensatie toe te laten voor de als maar stijgende inkomens van de hoogste bazen! Voor hen geen opstapjes of uitstapjes meer!

Aanwezigen, wat ik voorhield werd 16 februari 1973 in een zaal, stampvol met textielarbeiders, hun vrouwen en mannen en ook kinderen buiten, en uitgesproken in het Zeeuw-Vlaamse De Clinge. Door een voorzitter uit het verre Noorden, die in die tijd nog gewoon de veerboot had genomen, hoewel hij een bondsauto had.

Gisteren viel mijn oog op het welkomstboekje voor nieuwe leden van de SP. De SP met heel veel sympathisanten binnen FNV- en CNV-kring, vooral ook onder de kaderleden.

In het recente welkomstboekje voor nieuwe SP-leden staat iets heel curieus. Er staat - luister nu goed - er staat in dat welkomstboekje dat de socialistische bonden de voorlopers zijn van de FNV, en de katholieke en protestante bonden samen in het CNV zijn opgegaan. Leuk zo'n bericht voor het CNV, maar het NKV, en dát kunnen meerderen met mij getuigen, is toch echt samen met NVV opgegaan in de FNV. Kleine vergissing, vindt u ook niet? Ik zal Jan Marijnissen, die de auteur van dit boekje is, een briefje schrijven.

Dames en heren. Ik heb het boek dat u zo krijgt - wélbewust provocerend - 2 Miljoen Leden genoemd. Ik had nog méér kunnen provoceren, en had al die vele miljoenen van vroeger er ook bij kunnen tellen. Ik had er dan de gezinnen - zeker ook al de grote katholieke gezinnen met 16 kinderen van vroeger - erbij kunnen tellen, en het getal zou bijzonder indrukwekkend zijn.

Ik had het nog gekker kunnen maken. En ál de miljoenen van de toekomst erbij kunnen tellen. Toen werd ik wat onzekerder. Want kómen die nieuwe miljoenen er nog wel? Want, de 2 miljoen vandaag - en al die miljoenen van vroeger - dat mag dan wel veel zeggen. Je hebt immers niet zo maar 2 miljoen.

Maar het zegt bepaald niet alles. Het zegt niet of het er wel 2 miljoen zullen blijven. Het zegt niet of de vakbeweging grip op haar toekomst heeft, en ook de nodige gevraagde kwaliteit blijft bieden, en vooral ook blijft boeien. En wie weet is de vakbeweging in 2030, óf eerder wel een gewoon bedrijf, óf een zaaknemer, wat in de negentiger jaren al dreigde te gebeuren.

Maar hoe je het echter ook wendt of keert. De vakbeweging is al jaren veruit de gróótste civil societybeweging van ons land. Ze kent al heel lang haar weerga niet. Ze heeft dit land helpen opbouwen en uitbouwen. En dat is betaald uit eigen zak, door de miljoenen leden. Met overigens later een zakcentje van de werkgevers. Maar dáár is dán ook voor gewerkt. Voor ook al die werknemers die niet lid zijn. Die als de werkgevers, de overheid en de rest van Nederland, van de vakbeweging - vaak nog ongenant, en met te veel praatjes - meeprofiteren.

Allemaal mooi gezegd. Maar waarom sta ik hier eigenlijk. De VHV vroeg me ter gelegenheid van haar 25-jarig bestaan een jubileumboek te schrijven. Een wel heel bijzonder, want niet alleen het verleden stond centraal, maar vooral ook het heden en de toekomst.

Daarvoor zijn er maar liefst 25 voorzitters van FNV, CNV en MHP geïnterviewd. Die 25, goed voor zo'n 2 miljoen, waren zo vriendelijk, waren bereid 2 uur mijn vragenzee te ondergaan. Dat ondergingen ze heel open, en antwoorden vaak zonder blad voor de mond. En wat het leuke is, ze accepteerden het, dat de meeste van hun woorden nog gepubliceerd werden ook.

Wat is nu het echt bijzondere als je over de toekomst praat? Nou, dat is eigenlijk héél simpel. Je kunt niet over de toekomst praten, zónder het ook over het heden te hebben. Je bent als voorzitter bovendien niet vandáág geboren, maar leeft vaak al een tijdje, en neemt je eigen geschiedenis - of je dát nou wilt of niet! - met je mee.

De interviews staan in het boek. Daarnaast staat ook mijn persoonlijke kleine poldervlucht erin. Een poldervlucht van 200 jaar sociale en politieke geschiedenis. Met veel bekende informatie om ieders geheugen op te frissen.

Heeft u énig idee wat de meest populaire dans van ons land is? (zaal)

Nou, ik zal het maar onthullen, dat is de polonaise. Uniek ook in de wereld! Geen ander volk doet dat! U kent die hoogstaande dans wel, die alleen in Nederland populair is. De dans is als volgt: Vrolijk achter elkaar. en in de rondte lopen. Vaak met een feesthoedje of een feestneus op, een toeter of - een hopelijk schone- WC-borstel in de hand. Gebroederlijk of gezusterlijk, én veilig op afstand. De handen op elkaars schouders, liever dan om het middel, want dan kom je écht te dichtbij. Zeker niet té intiem met een vreemde. Want daar wórdt je vrouw of man alleen maar jaloers van. Let wel, nu komt het. Het is het hoogtepunt van de dans. Even omkijken om te zien of de ander het ook écht leuk heeft.

De vraag, die je kunt stellen, of dit nu ook kenmerkend is voor ons polderen. Even de polonaise - vriend en vijand samen - en daarna ogenschijnlijk braaf de handen schudden. We kunnen het zo even doen, met de voorzitters van de vakcentrales natuurlijk voorop!

Ik begin eerst met wat schetsen die minder vrolijk zijn. Niet leuk voor op een feest, maar het moet. Daarna kom ik met betere berichten. Eerst de minder vrolijke berichten.

Er wordt wat afgeleden in de vakbeweging. Wat is het geval? Bijna álle bonden klagen over de veroudering van hun ledenbestand, en het lijkt erop alsof ze de vergrijzing - van de vaak trouwe leden en kaderleden - toch wel als een heel ernstige ziekte zien.

Maar - luister en huiver: bij de FNV komen er - wat een gigantische ledenwinst - per 1 januari 200.000 vijftigplussers bij. Ja, u hoort het goed, 200.000 vijftigerplussers. Nou, dat zal voor de echte jongeren en oudere jongeren dus wel schrikken worden!

Nog een moeilijk bericht: Het grootste deel van de bonden weet zich maar weinig raad met de - diverse samenleving - we lijken niet allemaal meer - ook als werkers - op elkaar. De vakbeweging weet ook minder raad met - wéér zo'n woord - flexibiliteit. Dat betekent dat de mensen van nu zo beweeglijk zijn, en het allemaal anders willen of kunnen of moeten doen.

Ik ga volgens mij het feestje toch echt niet verpesten, maar de ouderen moeten zich er echt wel in herkennen. De blanke mannenwereld is nog steeds dominant, vrouwen zijn nog steeds in aantal in de leiding maar weinig doorgedrongen. Ook al neemt het aantal vrouwelijke leden aanzienlijk toe. Vrouwen worden zeker nog achtergesteld, zelfs door hun eigen mannen. Kortom: Er valt zowel binnen als buiten de bond voor de vrouwen nog een flink robbertje te vechten, en de mannen moeten nú maar eens écht gaan luisteren.

Maar, wat is er wel veranderd? Leiding en bestuurders komen meestal niet direct meer van de echte werkvloer, maar zijn hoger opgeleid. Of komen direct van de universiteit. Grote afstand van de basis en werkvloer wordt dan ook meerdere malen gemeld. Bestuurders zijn betrokken medewerkers geworden met hun eigen gekozen carrièreperspectief. Maar: Er zijn gelukkig ook weer bonden die veel meer toekomstige bestuurders direct van de werkvloer willen halen, en vanouds zelf willen opleiden. Bonden vaak die sowieso heel dicht en ook fysiek bij de leden willen blijven, ook als het om rechtshulp en persoonlijke hulp gaat.

Je hebt bonden die nu het leeuwendeel van hun geld en mensen weer naar de basis van de vakbeweging verschuiven. Je hebt er ook die te weinig bestuurders en kaderleden hebben, en hun vlucht zoeken in nieuwe communicatiemiddelen.

De meeste voorzitters melden veel te weinig aantrekkingskracht te hebben op jongeren en allochtonen. Dat er te weinig jongeren en te weinig allochtonen komen, wordt door de vakbeweging als het grootste probleem van de toekomst gezien. Het zou me overigens niet verbazen als de moslims - binnenkort of ooit - hun eigen vakbeweging gaan oprichten.

De meeste communicatiemiddelen van de bonden lijken dan wel modern, maar zijn - hoe mooi ook - niet echt van deze tijd. Echte digitale interactiviteit, met alle mogelijkheden van nu, ontbreekt bijvoorbeeld.De voorzitter van FNV Jong, Jeroen de Glas, heeft er grote kritiek op, en vindt sowieso dat de meeste bonden zich bar slecht, ook bij jongeren.

Ik blijf op dit feest serieus. De polonaise moet toch nog maar even wachten! Het moet maar gezegd worden, want..: Nog al wat voorzitters gaven mij de indruk dat het financieel niet fraai gesteld is met de bond. Ze zijn bang te veel afhankelijk te worden van de werkgeversbijdragen en ook alternatieve inkomensstromen. Een angst, die er vroeger trouwens ook al was. Ik kán me nog tijden van vroeger herinneren dat er zenuwachtig werd gewacht op de werkgeversbijdragen om huishouding en salarissen te kunnen betalen, en dat, dames en heren, in de hoogtijdagen van de Industriebonden.

De meeste voorzitters melden bovendien ook geen echt diep contact te hebben met de haarvaten van de samenleving, en ook geen echt antwoord te hebben op de grote problemen in onze huidige maatschappij. Er wordt door vele voorzitters nog een ander groot probleem - van nú en in de toekomst gemeld - en dat is de kracht van de internationale vakbeweging.

Wat zijn de problemen. De problemen zijn: De internationale concurrentie om werkgelegenheid en aantrekkelijk en passend werk; De van elkaar verschillende wetgeving of weinig ontwikkelde internationale wetgeving; Het verschil in gewoonten en tradities, en ook het verschil in positie van de vakbeweging en sociale partners; Het verschil in rolopvatting van de overheid; Verschil in opleiding, Verschil rijk en arm; De vaak grote afstanden

Dit alles blijkt de verdere ontwikkeling van de internationale vakbeweging in de weg te zitten. Er is een gebrek aan solidariteit om allerlei redenen. Alleen internationale beroepsorganisaties blijken meer een deuk in een pakkie boter te kunnen slaan, maar ze behalen hun succes met bloed, zweet en tranen.

Dít is des te fnuikender, omdat de wereld groot en vrij ongrijpbaar is, en de multinationale ondernemingen, zo ook banken, vrijuit hun wereldspelletje kunnen spelen, en werknemers tegen elkaar uit kunnen spelen.

De énige echte formele macht die echt weerstand kan bieden, zijn nationale en internationale politieke en wetgevende organen. Zoals de Europese Gemeenschap met haar nationale en internationale wet- en regelgeving. Maar misschien ligt de macht nog meer bij de consument, de pers, en niet te vergeten de aandeelhouder. Op al die machtige spelers kan ook de internationale en nationale vakbeweging invloed uitoefenen, en gelukkig doet ze dat dan ook in groeiende mate.

Bijzonder interessant was het om kennis te nemen van de fusie, die er tussen de zeevarende bonden van Nederland en de UK heeft plaatsgevonden. Ik was verbaasd dit te horen, en u misschien ook. Eigenlijk is zo'n fusie over de grenzen heen zo logisch als wat. Met een echte eenwording van Europa, zou je nog wat kunnen beleven! Wellicht is nu het eerste schaap over de dam.

Graag even nu wat aandacht voor de kaderleden. Weet u wel, dat zijn die mannen en vrouwen, die de vakbeweging groot hebben gemaakt. Harde zwoegers van nu en weleer. Wat mij tijdens de gesprekken opviel, was hoe twijfelachtig nogal wat bonden deden over de toekomstige positie van de kaderleden. Ik kreeg zelfs het idee dat sommige voorzitters er al rekening mee hielden dat er in de toekomst geen kaderleden zullen zijn, en ook geen bond meer in het bedrijf, het zogenaamde bedrijvenwerk. Het paradepaardje van de zeventiger jaren! Wel zien dezelfde voorzitters een heel nauwe samenwerkingsrelatie met de ondernemingsraden.

En: Wat willen de voorzitters per se niet? Een enkele uitgezonderd. De meeste voorzitters willen niet dat de bond een onderneming of een bedrijf wordt. Ze willen met alle kracht de bond als vereniging primair stellen en behouden. Er zijn erbij die zeggen dat de bond zich beter kan opheffen als de bond louter een écht bedrijf wordt, de bond het dáár van moet hebben, óf de werkgevers de overhand in de financiering van het bondsbestaan krijgen, of kaderleden zouden verdwijnen. Ze zijn daar heel pertinent en duidelijk over.

Nog iets anders: Wat mij ook opviel, was de volkomen vage publieke en onuitgesproken relatie met de politiek. Ongetwijfeld zijn er de een-tweetjes, net zoals vroeger, maar een echte betoonde verwantschap met politieke stromingen of partijen is nog maar weinig zichtbaar of echt voelbaar. Er lijkt een te grote afstand te zijn gegroeid tussen politiek en de vakbeweging.

Ik heb zelf de stellige indruk dat de werkgeversorganisaties - die nu veel sterker en eendrachtiger zijn dan vroeger - hier een behoorlijk slaatje uit slaan. Ik kan uit eigen actuele belevenis zeggen dat de bijvoorbeeld de industrielobby van de werkgevers in Den Haag nu vele malen sterker is dan die van de vakbeweging. Een slechte ontwikkeling. Een van de vakbondsvoorzitters klaagde bij mij dat politiek Den Haag niet beseft, of wil beseffen, dat de vakbeweging op allerlei terreinen innovatief bezig is, en al lang niet meer de vaandels draagt, en de harde koppen trekt, van vroeger.

En dan nog iets: Wat mij opviel is, hoezeer de ambtenarenbonden op marktbonden zijn gaan lijken. Alles is trouwens meer op elkaar gaan lijken, en alléén als je heel scherp kijkt, zie je onderling kwaliteitsverschil en verschil in maatschappijvisie. Wat nog wel sterk leeft, is het beeld - het imago - van vroeger. Het oude imago is nog lang niet verdwenen. De FNV wat socialistisch, het CNV confessioneel, de MHP zelf heeft nog maar weinig een publiek imago, en haar relatief grote lid, de Unie gaat steeds meer lijken op een algemene bond van elke professional.

Opvallend zijn de grote bondsconcentraties binnen de FNV en ook wel het CNV, en de grote afhankelijkheid van de MHP van twee relatief grotere bonden, te weten de Unie en de CMHF. Opvallend is vooral ook het verschil tussen de omvang van de grote bonden met die van de kleinere bonden binnen de centrales en tussen de centrales. Dat verschil is extremer dan vroeger, en dat bepaalt eigenlijk het grootste verschil binnen de centrales.

Wat mij ook opviel, was de vreedzame verhouding tussen de voorzitters binnen de vakcentrales. Groter en kleiner willen hecht samen werken. Geen kwaad woord over elkaar, en dat was, eerlijk gezegd, vroeger wel anders. Sterker nog, zelfs CNV en FNV maken elkaar complimenten.

Er zijn een paar uitzonderingen. De Unie maakt de FNV complimenten, maar, eerlijk gezegd, de FNV Horecabond zeker de Unie niet. De Horecabond lijkt wel op voet van oorlog met de Unie te staan. Er zijn wel meer onderlinge spanningsvelden, ook tussen FNV- en CNV-bonden te noemen, maar ik ga u nu écht niet alle geheimen verklappen. .

Dames en heren. Jongeren en ouderen opgelet. Ik ga eens wat vrolijke dingen vertellen. Er lijkt iets te gaan gebeuren waarmee u voorvaderen zeer tevreden zouden zijn! Het gaat goed tot zeer goed met de beroepsorganisaties. En dat geldt ook voor bonden en sectoren die zich erg op het beroep of vak profileren. De bonden die zich direct bemoeien met de vakinhoud, de vakkwaliteit én de vakopleidingen, vergaat het nog beter!De organisatiegraad is er vaak dik boven de 50 procent, en het ledenverloop blijkt er óók veel minder.

Ledenverloop, veel groter dan vroeger, blijkt een van de grootste handicaps van de hedendaagse vakbeweging. De vakbeweging heeft, net als de vakbeweging van vroeger, een, wat heet, achterdeurproblematiek, maar die is veel groter dan vele jaren geleden. Inschrijven lukt vaak wel, maar probeer die consumenten van nu - leden van nu - ook maar eens echt vast te houden. Lukt dit wel, dan is heel wat financiële en andere problematiek van de bonden opgelost.

Nogmaals over de focus op beroep, vak en vakinhoud gesproken. Ik legde dit aan de voorzitters van FNV, CNV en MHP voor, en wat schetst mijn verbazing. Vrijwel alle voorzitters van bonden die zich nu niet meer op vak of vakinhoud concentreren, of te weinig herkenbare sectoren van vlees en bloed tonen, willen terug naar vroeger.

Historisch gezien heel verheugend, want na de Tweede Wereldoorlog heeft een groot deel van de vakbeweging de aandacht voor het vak zelf - laat ik het hard zeggen - verkwanseld, en daarmee aan aantrekkingskracht verloren. Door de teruggang naar het vak zelf, of terug naar de vaksector, de vakinhoud, krijgt het woord vakbond weer haar oude betekenis en aantrekkelijkheid, zo menen de meeste voorzitters.

Dames en heren. Wat zo'n rondtocht langs de voorzitters je niet allemaal voor beelden kan opleveren. Wat kreeg ik zo al te horen. De vakbeweging heeft in het verleden allerlei bonden bij elkaar gekwakt, maar de structuren en systemen van nu, zijn nog grotendeels die van vroeger, en zeker niet meer eigentijds.

Men heeft in de negentiger jaren zitten slapen, en de wereld - het ging economisch goed, met een aantal bonden weliswaar intern heel slecht - langs zich heen laten glijden, en kostbare tijd en geld verloren. Net zoals de regeringen, de banken en de aandeelhouders voorafgaande aan deze recessietijd.

De huidige structuren, systemen, en ook nog de te oude sentimenten, zo hoor ik, leiden tot inefficiency en ondoelmatigheid, elkaar in de weg lopen, en zeer moeilijke herkenbaarheid en waardeerbaarheid. Wat schetst mijn vreugde? Nogal wat voorzitters van FNV en CNV willen er echt voor gaan om binnen hun centrales tot een herintegratie te komen, die los staat van de historie en veel meer recht doet aan hedendaagse en toekomstige ontwikkelingen.

Nogal wat voorzitters lijken er zelfs de zelfstandigheid van hun bonden voor te willen opgeven. En onder één vlag, die van de FNV of CNV, met herkenbare sectoren te willen gaan varen. Het zal mij echt niet verbazen als er ooit nog een keer de Unie - de FNV of het CNV - mogelijk de FNV - binnenstapt. Wie weet, gaan over vele jaren ook de FNV en CNV in elkaar op.

Zeg nooit nooit. André Kloos of Henri Polak groeten hen allen uit de hemel! En vooral ook Arie Groenevelt zou niet weten wat hij nu hoort! Voor de fijnproevers: Vooral wat ik over de Unie zei!

Dames en heren. Ik ga mijn halve uur volmaken! Ik hoop dat ik op zo'n feest niet al te veel verveel! Ik wil het met u nog even hebben over de zogenaamde individualisering. De meeste voorzitters melden dat als het grote probleem voor de handhaving van de collectiviteit, maar zien het ook wel als een grote kans. Maar de alsmaar toenemende en niet tegen te houden decentralisatie, leidt wel tot een gigantisch management- en beheersprobleem, waarop een groot deel van de vakbeweging nog niet haar echte, vooral ook reële antwoord, blijkt te hebben gevonden.

Er zijn bijvoorbeeld in Nederland 54.000 industriële bedrijven. Er kan dan wel de algemeenverbindenverklaring zijn, maar het is moeilijk denkbaar dat de vakbeweging al die honderdduizenden bedrijven met al die veeleisende leden persoonlijke aandacht kan geven. En dan ook nog in een tijd waarin de vakbeweging van nu ervoor heeft gekozen veel meer voor ook de ongeorganiseerden te willen betekenen.

Het beeld zou bij u kunnen zijn ontstaan van een puur egoïstische mens, een nieuw type lid, dat alleen maar aan zichzelf denkt. Toch past hierop een reflectie, want dit beeld van de puur egoïstische mens is nog al overdreven.

Dat de mens - zo zei Agnes Jongerius mij - een individu is, die helemaal op zichzelf staat, en kan staan, is een fictie. Een mens is een sociaal wezen, en als de mens dat niet is, dan is het geen mens. Het ligt dán ook voor de hand dat de vakbeweging de mens altijd als een sociaal wezen van vlees en bloed, van hart en ziel, blijft aanspreken. Sterker nog, niet omdat de vakbeweging dat wil, maar de mens zelf niet anders kan en ook wil, omdat het een sociaal wezen is.

Het grootste gevaar dat de vakbeweging kan lopen, zo vinden ook de meeste voorzitters, is koel en kil, en louter een zaakwaarnemer te zijn, zoals in de negentiger jaren is gebeurd. Een tragische vergissing, dames en heren, die bovendien de eigen kracht van de mens zelf ontkent. Als Colijn. Gaat u maar lekker slapen, wij doen het wel voor u.

De gehele vakbeweging zit op de koers van de eigen kracht van elk mens zelf. Alleen ook met behulp van de kracht van de mens zelf, kan de vakbeweging als het nodig is echt helpen. Warm, deskundig en betrokken. En ook - zeggen de meeste voorzitters - breed maatschappijbetrokken. Koel en kil veroorzaakt een rechtse arbeidersklasse, die zich van alle warmte vervreemd voelt, hoorde ik een voorzitter zeggen.

Luisterend naar de voorzitters kapitaliseerde ik zes krachten van de vakbeweging.

Eén: Is het feit dat in een wereld die veel groter is dan jezelf, je als werknemer niet zonder ook de kracht van je collega's en organisaties, raad en daad, kan. Ook al kan je heel veel zelf.
De tweede is het dat de vakbeweging vaak deskundiger en meer ervaren is dan jezelf, vaak een veel grotere span of control heeft, en een veel groter bewezen relatienet heeft dan jezelf.
Ten derde dat de werkgeversorganisaties in hetzelfde schuitje verkeren, en doodziek zullen worden als er geen vakbeweging van de huidige snit meer zou zijn, ook al zijn er misschien alternatieven, zoals bijvoorbeeld de ondernemingsraad, te bedenken. De ondernemingsraad weinig bevoegdheden heeft en bepaald niet zo onafhankelijk als de vakbeweging is. Hoe sterker je de ondernemingsraden en bonden elkaar maken, hoe meer beide ermee gediend zijn, hoorde ik zo waar zeggen.
Vier! De Nederlandse overheid en ook de meeste politici zullen een rolberoerte krijgen als door een verzwakte of geen vakbeweging het land vrij onbestuurbaar wordt, en de economie wordt geschaad, en er dramatisch verlies aan sociale cohesie ontstaat. Werkgevers en de overheid zijn doodsbang voor Amerikaanse toestanden, zeker nu.
Vijf. Er is de wet- en regelgeving, die de positie van de sociale partners nog steeds beschermt, waaronder de algemeenverbindendverklaring.
Ten zesde, en nu praat ik historisch, waren er altijd weer voorhoedes die de vakbeweging een schop onder haar kont gaven, de stem des volks verstandig verwoorden, en verder geleiden.

Ik haal nu een citaat aan, en dat handelt over het kapitalisme, 'het beest dat kapitalisme heet': Het citaat is - luister goed - 'Het beest waart nog steeds rond en is veelkoppig, maar de vakbeweging staat ervoor om ervoor te waken dat mensen niet het onderspit delven'. (Wie denkt u dat dit gezegd heeft, vraag aan zaal)

Het is Agnes Jongerius. Zij ziet de rol van de vakbeweging in het scheppen van 'decent work for decent lifes', Het zou zo - maar dan vertaald - in de 19e eeuw, toen de vakbeweging werd opgericht, gezegd kunnen zijn.

Wat mij opviel, dat hoe eigentijds de voorzitters zich ook uiten - eenmaal uitgedaagd - mee willen helpen een betere wereld te scheppen die meer is dan het hebzuchtige alleen. Het lijkt juist de hebzucht - het als maar graaien - waar ook de vakbeweging van nu zich tegen wil verzetten. In deze tijd - waarin Marx weer een beetje gelijk krijgt - lijkt dit actueler dan ooit.

Nog een ander punt. In de tachtiger jaren heeft de vakbeweging het terrein van de sociale zekerheid moeten prijsgeven. Is de wereld neoliberaal geworden. Heeft de marktwerking voordelen gebracht, maar ook harde, genadeloze, en ook gewoon stupide effecten gehad. Het is ook de tijd waarin de vakbeweging nog al aan kracht heeft ingeboet.

De meeste voorzitters willen ook daarom de sociale zekerheid - de sociale zekerheid die een kernactiviteit (wijzen) was van de vakbeweging, grotendeels ook geschapen door de vakbeweging - terug. Ze willen zich er met de sociale partners weer in de bedrijfstakken op gaan storten, en weer zoveel mogelijk naar zich toe trekken. Eigenlijk willen ze de sociale zekerheid helemaal weer tot hun eigen territorium. Vele ouderen onder ons zullen blij zijn dit van de nieuwe generatie te horen.

Tijd om u een grof schandaal voor te houden. Zit u al op de punt van uw stoel? Luistert u goed, ook voorzitter van de VHV? Vrijwel alle voorzitters vinden het op z'n zachtst gezegd vreemd dat sociale geschiedenis en ook de geschiedenis van de vakbeweging niet voorkomt in de Canon van de Nederlandse Geschiedenis. Een schande, roept Agnes Jongerius. Een blunder, roept Huub Elzerman, voorzitter van de NVJ.

Maar één troost, de geschiedenis laat zich niet afpakken, laat zich niet afschaffen. Maar die troost is niet genoeg: Het betekent namelijk dat sociale geschiedenis - de geschiedenis van het volk - de stem van het volk --de geschiedenis ook van de vakbeweging - geen officiële plaats heeft gekregen in het onderwijs.

Dit onthoudt ook jongeren de mogelijkheid om het verleden, heden en de toekomst te kunnen plaatsen vanuit een historische context en te begrijpen. Ik heb gelukkig voorzitters gesproken die hier actie op willen ondernemen, en roep hen op dit dan ook echt te gaan doen. Er zijn voorzitters die het ontbreken in de Canon aan het historisch bewustzijn van de vakbeweging zelf verwijten.

Een van de voorzitters gaf een reden aan die me sterk tot nadenken stemde, en ú denk ik ook. Na bekend te hebben dat de vakbeweging in de laatste decennia bijzonder onzorgvuldig is omgegaan met haar historisch erfgoed, vertelde hij mij zijn afgrijzen wat betreft de zeventiger jaren. De jaren ná de zeventiger jaren is er, volgens hem, afstand van het verleden genomen, met name dit verleden. Dezelfde voorzitter wees me ook op de fusie tussen het NKV en NVV, de fusie tussen progressief katholieken en de sociaaldemocraten. Zijn grote vraag was: Wat krijg je nu als twee van zulke verschillende groepen samenvoegt? Tot op de dag van vandaag, worstelt hij daarmee.

Ik wil daar zelf nog wat aan toevoegen. Wie de historische werken over de vakbeweging bekijkt, ziet een volkomen eenzijdige blik. Vrijwel alles is socialistisch, protestant, katholiek, liberaal, of vooral ook oranje, ingekleurd. De werkelijke sociale geschiedenis - voor zover dat trouwens kan - de werkelijke geschiedenis, zo ook de culturele wording van bijvoorbeeld de FNV, misschien ook wel het CNV, en zeker ook de MHP, is nog nooit echt volledig geschreven of bestudeerd.

Er is een troost. De meeste voorzitters hebben aangegeven hun bonden en leden, en ook buitenwereld, meer van vooral zinnige historische informatie te voorzien, vooral óók om vanuit de historische context het heden en de toekomst te kunnen plaatsen. Wat ons op zo'n dag als deze als VHV toch tot grote vreugde stemt.

Ik heb nog twee laatste berichten: Ik wil u het resultaat bekend maken van een enquête die gehouden is onder 700 aankomende studenten bij de Rijksuniversiteit van Groningen. Men wilde hun politieke kennis testen. Die bleek erg gering te zijn. De SER wordt versleten voor Socialistische Eenheidsrepubliek, de PBO voor een Publiek Bureau voor Openbare Werken en de cao voor kankeronderzoek, dan wel Christelijke Arbeidsorganisatie. Dat was, dames en heren, geen onderzoek van vandaag, maar in 1962.

Een jaar daarna, in 1963, wees een gedegen onderzoek, dat van Dr. Van der Vall, uit dat de grote meerderheid van de jongeren nog nooit van een vakbond had gehoord, en al helemaal niet wist waar een vakbond voor stond. Leden van de vakbeweging uit dat jaar, 1963, vertelden in meerderheid totaal geen interesse meer te hebben in de cao, omdat die toch voor iedereen gold. Diezelfde meerderheid was vooral ook lid om reden van de rechtsbescherming en andere voordelen. Het waren vooral wat hoger opgeleiden en oudere leden die de kar trokken. Dames en heren, dat klinkt eigenlijk zoals heden ten dage, wat u terecht kunt opmerken.

Ter afsluiting even een historische scène. Over het verschil tussen drankbestrijders en de katholieke parlementariër, de priester Schaepman, begin 20e eeuw. Tijdens de Kamerbehandeling van de drankwet schreeuwde een arbeider van de publiektribune: Heeft een arbeider dan geen recht op zijn borreltje. Schaepmans antwoord was: 'Niet één, maar twee!'. Sindsdien wordt het tweede rondje jenever 'het schaepmannetje' genoemd.

Het is nu te vroeg voor 'een schaepmannetje', hoewel, Jaap, dit is toch wel een hele speciale gelegenheid.

Ik feliciteer de VHV met haar 25-jarig bestaan, en wens haar binnen 2 jaar 2000 nieuwe leden! De wens de vakbeweging - die prachtige vakbeweging - alle succes toe!

Dank u zeer.

Ik reik nu officieel het boek 'Twee Miljoen Leden' uit aan de voorzitter van de Vakbonds Historische Vereniging, Jaap van der Linden.