Henry Johannes
Jacobus Eichelsheim wordt in 1865 geboren in Den Haag in een katholiek milieu. Als zijn vader een baan bij de politie in Rotterdam krijgt, verhuist het gezin naar de stad aan de Maas. De R.K. school van het parochiaal armbestuur verlaat hij reeds op tienjarige leeftijd om te gaan werken in een sigarenfabriek. De armoede in het gezin nopen ertoe. Zijn 'politieke' scholing krijgt hij, volgens eigen zeggen, op de fabriek luisterend naar de gesprekken van de oudere sigarenmakers.
In 1885 wordt hij lid van de Rotterdamsche Sigarenmakersvereeniging en van de Sociaal-Democratische Bond (SDB). Twee jaar later is hij de secretaris van de sigarenmakersvereniging en schrijft hij voor De Vrijheid het orgaan van de SDB. Samen met F.W. Gebing voert hij in 1887 besprekingen met de Amsterdamse sigarenmakers wat leidt tot de oprichting van de Nederlandsche Sigarenmakers en Tabaksbewerkers Bond (NSTB). Eichelsheim ontwikkeld zich tot de belangrijkste propagandist van deze organisatie, waarvan hij lid van het hoofdbestuur is. Aanvankelijk behoort hij tot de volgelingen van Domela Nieuwenhuis en diens antiparlementarisme, maar omstreeks 1898 wordt hij lid van de SDAP en staat kandidaat voor de Amsterdamse gemeenteraad.
Hij is in Amsterdam terechtgekomen na vele omzwervingen in het land, omdat hij door conflicten met werkgevers herhaaldelijk zonder werk is. In Apeldoorn werkt hij onder de aangenomen naam van De Bock, de meisjesnaam van zijn moeder. In Amsterdam begint hij noodgedwongen een eigen bedrijf - Krion - een filiaal van de bondsfabriek. Vanaf 1900 ijvert hij voor de plannen van Henri Polak voor een nieuwe vakcentrale. In dat jaar treedt de NSTB uit het NAS. In 1906 wordt Eichelsheim aangesteld als bezoldigd bestuurder. In 1914 wordt hij voorzitter van de NSTB, wat hij tot aan zijn pensioen in 1930 blijft. Volgens Oudegeest is Eichelsheim, die klein van stuk is, een van degene die met een minimum aan schoolopleiding een goed spreker, schrijver en leider werd; een man die eerlijk, trouw en opofferingsgezind is. Eichelsheim overlijdt drie jaar na zijn pensionering.