Hans Klomp wordt geboren op 9 maart 1945 te Utrecht. Hij bezoekt na de lagere school de LTS. Daarna volgt hij nog veel cursussen in de avonduren om zijn diploma van de LTS aan te vullen. In de jaren zestig komt hij tijdens een vakantie in Oostenrijk Maaike Suurd tegen. In 1968 trouwen zij in Groningen. Ze hebben twee kinderen.
Omdat Maaike het leven in de Randstad niet ziet zitten, solliciteert Hans in het noorden. Hij wordt in 1968 als monteur aangenomen bij de dienst Reiniging, Markt en Haven (RMH) van de gemeente Groningen.
Hans wordt lid van de ABVA. Vanaf dat moment is hij lid van de medezeggenschapscommissie (MC) en gaat samen met opzichter Henk Sieling, eveneens lid van de ABVA, aan de slag. Hij vertegenwoordigt de werkvloer en verwondert zich over het ontbreken van werkkleding en veiligheidsschoenen voor de mensen die het zware werk in de centrale werkplaats en achter de vuilniswagens moeten doen. Ze weten een GGD-arts mee te krijgen in hun argumentatie voor goede werkkleding en veiligheidsschoenen. Klomp wordt hierna in het bedrijf de woordvoerder voor de uitvoerenden en het gezicht van de ABVA. Begin jaren zeventig komen er steeds meer mensen van de bedrijfsvloer in de MC. De gedachte dat er in hun belang wat te halen is heeft post gevat. De oude tegenstelling tussen 'blauwe' en 'witte' boorden vermindert.
De medezeggenschap bij de overheid liep achter bij de ontwikkelingen in het bedrijfsleven. De Tweede Kamer spreekt zich in 1978 uit voor een ontwikkeling die parallel loopt met het bedrijfsleven. Pas in 1982 dient minister Van Thijn een ontwerpregeling in die aansluit bij de Wet op de ondernemingraden. Er komen veranderingen in de structuur van de MC. De sociaal gezien belangrijkste verandering is dat de directeur niet meer de voorzitter is, maar dat een van de leden. Wel moet er op een aantal momenten in het jaar overleg gevoerd worden met de directeur.
In 1985 komt er naast het adviesrecht ook instemmingsrecht! Hans Klomp wordt lijsttrekker voor de ABVAKABO-lijst. Er komen steeds meer leden van de directe werkvloer in de MC. Klomp: "Juist vegers en chauffeurs kunnen dikwijls dingen naar voren brengen die anderen over het hoofd zien."
Op 12 maart 1982 wordt er voor het eerst gestaakt door de RMH in het kader van de bezuinigingen op de Ziektewet van het toenmalige kabinet-Van Agt-II. Voor de actieve ABVAKABO-subgroep in het bedrijf wordt het een drukke tijd. Zeker als het gemeentebestuur van Groningen geconfronteerd wordt met een staking van de RMH en besluit om de warenmarkt op vrijdag te laten vervallen. De markt ging uiteindelijk wel door. De stakers reageren hier creatief op en maken in hun vrijetijdskleren demonstratief de markt na afloop weer spik en span schoon. In het geruchtencircuit werd bekend dat de stakers het vuil op het bordes van het stadhuis wilden vegen.
Tijdens deze periode ontstond er een goede en vriendschappelijke samenwerking tussen Hans Klomp als actieleider in het bedrijf en Jacques de Hond, regiobestuurder van ABVAKABO. De nuchtere en praktische opstelling van Klomp bij de stakingen zorgt voor een breed draagvlak bij de andere vakgroepen binnen de afdeling. Uiteindelijk verliest Ien Dales, staatssecretaris van Sociale Zaken deze slag, temeer omdat ook de werkgevers tegen waren. Achteraf blijkt deze actie een training te zijn om nog zwaardere maatregelen tegen te kunnen gaan.
Het kabinet-Lubbers had zich ten doel gesteld om het begrotingstekort weg te werken door het korten op de ambtenarenlonen en uitkeringen met 3½ procent. Tegelijk werd er een arbeidstijdverkorting voorgesteld. De RMH koos voor stiptheidsacties: vuilniszakken met meer dan zes kilo bleven staan, het stond in de gemeentelijke verordeningen. Een prima actie, praktisch alles bleef aan de weg staan. Vooral Edo Heeren, het maatje van Hans Klomp, was goed in dit soort dingen. Staken wordt alleen op strategische plekken gedaan zoals bij het postvervoer.
Door diverse gerechtelijke uitspraken waarin stakingen van overheidspersoneel aangevochten worden, moet ABVAKABO bakzeil halen. Het net behaalde stakingsrecht, door Europese dwang in 1980 ingevoerd, wordt onderuitgehaald. In 2002 worden deze rechters berispt door een commissie van onafhankelijke deskundigen van de Raad van Europa. Hun aanpak had het stakingsrecht feitelijk ondermijnd.
Begin 1980 wordt onder leiding van Cees Vrins (Landelijk bestuurder ABVAKABO) tijdens een landelijke bijeenkomst van de Bedrijfsledengroep (BLG) Reiniging het Landelijk Overleg Reinigings Diensten (LORD) opgericht. Dit overleg geeft gevraagd en ongevraagd advies. De LORD buigt zich onder andere over de privatisering van reinigingsdiensten. Hans Klomp is een van de initiatiefnemers en doet actief mee in dit overleg. Hij is tegen privatisering omdat naar zijn mening de overheid zeer wel in staat is goed en goedkoop te werken.
Binnen de gemeentelijke politiek gaan er in die jaren ook stemmen op om diensten te privatiseren. Men dacht dat het goedkoper was. De grote en kapitaalintensieve energiesector, de reinigingsdiensten en het gemeentelijke vervoersbedrijf zijn hier de voorbeelden van. Vooral de kleinere gemeenten willen privatiseren, de grotere vooral in het begin. Bij de kleinere gemeenten waren de reinigingsdiensten slecht georganiseerd in het overleg en soms helemaal niet. Arnhem is het klassieke voorbeeld; eerst wordt de dienst verzelfstandigd en vervolgens verkocht aan een groot bedrijf.
Privatiseren betekent voor het personeel verslechtering van arbeidsvoorwaarden. Voor de politiek houdt het in dat er minder te besturen valt. De greep op het milieubeleid dreigt op die manier verloren te gaan. Het verzet hiertegen komt vooral uit de grotere steden met grote reinigings- en vervoersbedrijven.
Een en ander leidt tot het rapport 'Vernieuwde Reinigings Dienst', in februari 1986 uitgegeven door ABVAKABO. In het rapport wordt het afvalprobleem benaderd vanuit het belang van de burger, de doelmatigheid van de organisatie en de belangen van degenen die dagelijks met allerlei soorten afval in de weer zijn. Gepleit wordt voor een nieuwe Reinigingsdienst waarin ruwweg de volgende componenten zitten:
Het blijkt een goed doorwrocht rapport te zijn met een brede maatschappelijke visie. Er wordt al snel samengewerkt met de milieubeweging en de politiek. Via Klomp loopt de lijn tussen het bedrijf en de bond, de groep gemeente en het landelijke circuit. Van de argumenten in het rapport 'Vernieuwde Reiniging Dienst' wordt dankbaar gebruik gemaakt, zowel intern als in het georganiseerde overleg en de politiek. In 1987 verschijnt het aansluitende Plan van Aanpak.
Landelijk wordt Hans Klomp als voorzitter van LORD binnen en buiten ABVAKABO ingezet op diverse podia zoals gemeentes, ondernemingsraden, bedrijfsgroepen en diensten om het rapport toe te lichten en de ideeën te laten implementeren. Op deze manier wordt hij een van de eerste milieuspecialisten in Nederland. Voor Klomp en zijn gezin zijn het de jaren van spitsroeden lopen, de meneer die zondag's het vlees snijdt, wordt haast werkelijkheid. Hij is milieuspecialist geworden, hij moest wel.
In de gemeente Groningen lag het zwaartepunt om tot privatisering over te gaan in de jaren negentig. Er was een cultuur van privatiseren ontstaan, wat mede het gevolg zal zijn geweest van het landelijke politieke klimaat en de colleges met de VVD erin. Ook de PvdA had op dat moment geen duidelijk politiek standpunt.
De besluitvorming in Groningen vindt plaats in de periode dat de stad een brede coalitie kent van PvdA, CDA, VVD en D66. Het gemeentelijk energiebedrijf en het vervoersbedrijf waren inmiddels verzelfstandigd en verkocht aan marktpartijen. De Milieudienst lag nu in het vizier. Volgens wethouder Schuiling van de VVD moest de dienst verkocht worden. D66 kon beide kanten op en de PvdA was niet helemaal zeker van haar zaak. Kortom, privatisering was bespreekbaar.
De directie van de reinigingsdienst had een sterke voorkeur om een gemeentelijk bedrijf te blijven. Er was, gelukkig, inmiddels een goede relatie tussen het personeel, de or, de vakbonden en de directie. In 1994 wordt het beleid gewijzigd. Voormalig wethouder Thewis Wits is dan inmiddels directeur. Delen van het rapport 'Vernieuwde Reinigings Dienst' op het gebied van kringloop, afvalscheiding, contractmanagement en dergelijke werden opgenomen in een nieuwe aanpak. Belang hiervan was om in de politieke discussie sterk te staan. Samen met de or werd er een rapport geschreven om de dienst binnen de gemeente te houden.
De positie van burgemeester Wallage was op dat moment niet duidelijk. Directeur Witvliet van het toenmalige energiebedrijf Edon, was in ieder geval geïnteresseerd in overname van de Milieudienst, vooral het inzamelen van bedrijfsafval. Dat rendeerde het best. Er vond een gesprek plaats tussen hem en Wallage, dat uitlekte naar de pers. Een delegatie van de ondernemingsraad toog naar het stadhuis en sprak met CDA-wethouder Westerink. Aan hem werd het eerdergenoemde rapport overhandigd.
Uiteindelijk reageert het College met de nota: 'Lokaal Gewogen, Milieubeleidsplan 2001-2004', waarin de conclusie wordt getrokken om niet te gaan privatiseren. Dit leidde tot de huidige situatie, een vernieuwde Milieudienst. De politiek besliste, maar Hans Klomp heeft, samen met zijn collega's, dit proces in de goede richting geduwd.
Tussen Klomp en ABVAKABO-bestuurder Jacques de Hond is in de loop der jaren een sterke band en juiste chemie ontstaan, die tot resultaten heeft geleid. Bij Klomp en zijn collega's begint op de werkvloer wel een gevoel van onbehagen te ontstaan over hun 'marktwaarde'. Waarom moeten mensen die in de maatschappij het zwaarste werk doen het minst verdienen? En waarom zijn juist die overheidsbedrijven waar productie geleverd moet worden, zoals vervoer, energie en PTT verkocht en in de uitverkoop?
De 'P- negentig norm' (wat iemand verantwoord per dag kan produceren) wordt gevonden in een discussie tussen de Nederlandse Vereniging van Reinigingsdirecteuren (NVRD) en vakbondsvertegenwoordigers over het rapport 'De Vernieuwde Reinigingsdienst'. Het is lastig praten over productie zonder te weten wat er per man/vrouw geproduceerd kan worden. De normering, dat wat een reinigingsman aan kan, moet wetenschappelijk worden aangetoond. Door de groep van de NVRD en de vakbonden wordt subsidie gevraagd aan het ministerie van VROM om dit te onderzoeken.
De VU te Amsterdam, Stassen et al, voert het onderzoek uit, dat in 1993 gepresenteerd wordt aan de bedrijfstak. Hierna begint er een hoop gesteggel. Vooral de private werkgevers realiseren zich dat de uitvoering van de 'P-negentig norm' geld gaat kosten Het aantal kilo's per dag per werknemer wordt genormeerd. Dit werkt uiteraard ook door in de tarieven van de gemeentelijke reinigingsdiensten.
Door de invoering van Arbo-wetgeving en de goede contacten met de arbeidsinspectie, die stevig controleert, wordt de norm doorgezet. De norm wordt op 1 januari 1996 ingevoerd en de Arbeidsinspectie handhaaft per 1 januari 1998. Dit heeft onder meer geleid tot automatisering van de vuilinzameling en ondergrondse containers waar dit mogelijk is. Ook FNV Bondgenoten, die de werknemers in de private afvalmarkt organiseert, komt in 1999 uit met een rapport over de afvalmarkt en de arbeidsomstandigheden van de werknemers; 'Een schoner milieu begint bij jezelf'.
Namens ABVAKABO doet Hans Klomp mee om de invoering van de 'P-negentig norm' landelijk aan te zwengelen in de reinigingsbranche. Hij doet dat samen met FNV Bondgenotenbestuurder Agnes Jongerius. Zij sluit cao's af in de private sector. Het omhoog krijgen van de cao-lonen, zeker voor de onderste loongroepen, blijkt een moeilijke zaak te zijn. Temeer daar er in de private sector lagere lonen betaald worden. Een gezamenlijke cao voor deze sector is niet gelukt.
In 1999 vindt er een ludieke actie plaats op de Grote Markt in Groningen. De mannen en vrouwen van de Milieudienst willen 4.5 procent loonsverhoging. Om hun argumenten te ondersteunen deponeren zij 4,5 procent van het huisvuil op de Grote Markt. Van 1996 tot 2002 zit Klomp samen met Jaques de Hond en kaderlid Kees van den Ham in het Georganiseerd overleg (GO) van de gemeente Groningen. Via het driejaarlijkse sociaal convenant werden veel banen die er door de bezuinigingen uit moesten, gered.
Hans Klomp heeft zich in een veranderende maatschappij in de laatste kwart van de 20e eeuw kunnen ontplooien tot wat hij geworden is. Een goede vakbondsman in het bedrijf en de ondernemingsraad. Hij was de vakbondsman op de werkplek en zijn collega's hadden een groot vertrouwen in hem. Daarnaast is hij in de loop van zijn persoonlijke ontwikkeling milieudeskundige geworden.
Omdat hij in staat was op de werkvloer in begrijpelijke taal het plan voor een Verbeterde Reiniging Dienst en de 'P -negentig norm' uit te leggen genoot Klomp ook landelijk bekendheid. Zijn rol in de LORD is moeilijk meetbaar, wel genoot hij enige landelijke bekendheid vanwege zijn kennis over de reinigingsproblematiek.
Samen met zijn collega's op de werkvloer en vele anderen, heeft Hans Klomp de privatisering van de Milieudienst in Groningen tegen kunnen houden. Zij hebben ABVAKABO FNV een smoel in het bedrijf gegeven. De inzet van Klomp is hierbij van groot belang geweest. In veel situaties nam hji het initiatief voor het debat of voor de actie, waarbij de redelijkheid van zijn standpunten voor de doorslag in de besluitvorming zorgde.
Nadat Hans Klomp met de VUT is gegaan, doet hij het wat rustiger aan. Samen met zijn vrouw geniet hij nu van zijn pensioen.
Jan Rootlieb april 2009
Dit artikel is tot stand gekomen dankzij de prettige samenwerking met Hans Klomp gedurende een aantal gesprekken eind 2008 en begin 2009. De werkgroep Groningen VHV heeft over mijn schouders meegekeken en advies gegeven. Gerrit Zock, oud-voorzitter van de afdeling Groningen ABVAKABO, Ronald van der Meijden, regiocoördinator ABVAKABO Noord en Gerda Bosma, oud-statenlid Groningen worden vriendelijk bedankt voor hun kritiek en mededelingen.
Geraadpleegde literatuur: