U bevindt zich hier: homeVHV in de regio/Groningen

Dick Heinen, een bewogen bestuurder

Dick Heinen is geboren in 1948 in Varsseveld in de Achterhoek in het keuterboerderijtje van zijn opa. Later zou er nog een zusje bij komen. In 1953 verhuist het gezin naar Arnhem. Zijn vader was musicus in het Gelderse orkest, zijn moeder huisvrouw. Heinen sr had als kind zelf trekharmonica leren spelen en mocht, als uitzondering op het boerenmilieu, muziek studeren op het conservatorium in Den Haag, piano en fagot. Zijn inkomen was voldoende om het gezin te onderhouden en later de studie van de kinderen te betalen. Dicks wiegje stond in een veilig en liefdevol huis. Hij trouwt in 1971 met zijn eerste vrouw, samen hebben zij drie zonen.

Na een omweg via de HBS tot en met de derde klas, haalt Dick zijn Mulodiploma. Na drie jaar opleiding fysiotherapie gaat hij naar de politieacademie in Lochem. In 1968 komt hij bij het politiecorps in Groningen. In 1973 gaat hij over naar het politiecorps van Epe.

Dick roerde zich in het regionaal NVV-bestuur. Hij wordt afdelingsvoorzitter van de Nederlandse Politiebond (NPB) in Epe. Binnen de politiecorpsen zijn in die jaren een aantal dissidenten die weigeren mee te werken aan de op te richten ME-brigades. Het waren de jaren van krakers, antikernenergieactivisten en acties tegen het kappen van bomen in het bos van Amelisweerd. Een aparte werkgroep binnen de NPB behandelde deze problematiek. Hier komt Heinen commissarissen Nordholt en Wiardi (commissaris te Utrecht en bekend criticus binnen de politie) tegen.

Heinen gaat in Den Haag een opleiding volgen voor de BVD, de huidige AIVD. Je kon daar een hoop leren, onder meer wat democratie niet is volgens Dick. Eind jaren zeventig gaat hij naar de sociale academie in Driebergen De Horst (bekend geworden door Piet Rekman met zijn boekje Sociale Actie). Heinen: "Ik kwam daar natuurlijk veel mensen tegen die net zo naar de maatschappij keken als ik."

Heinen en de maatschappij

Van huis uit was de maatschappelijke betrokkenheid groot, er werd veel over politiek gediscussieerd en 's morgens was er altijd een gevecht wie het eerste de krant mocht lezen. Den Uyl was de politieke leider van de Partij van de Arbeid en in de ogen van Heinen de laatste charismatische leider van deze partij die voor de arbeiders een sterke aantrekkingskracht had. In het programma stond spreiding van kennis, inkomen en macht. Het waren de jaren van democratisering. Ook binnen de bonden werd deze discussie gevoerd. Er werd naar de Industriebond gekeken, naar Arie Groenevelt die een heel ander geluid liet horen binnen de NVV-bonden.

Dick is solidair met het Cubaanse volk en de Cubaanse vorm van socialisme. Met zijn humanistische en positieve mensbeeld kiest hij voor de armen en verdrukten en het socialisme om voor te strijden. Hij was toen lid van de PvdA, maar stemde af en toe ook PSP en soms CPN. Hij voelt zich duidelijk een kind van de jaren zeventig. Binnen de vakbeweging wordt op dat moment de discussie gevoerd over welke maatschappij vorm het meest wenselijk is. Deze wordt aangevoerd door de Industriebond en de toenmalige Voedingsbond onder leiding van Cees Schelling en later Greetje Lubbi.

Bij de Voedingsbond

In 1982 wordt Heinen bestuurder bij de Voedingsbond FNV regio Noord. Vanaf dat moment gaat hij de dingen doen die hij graag wil en er komt een einde aan zijn politiek- en maatschappelijk dubbelleven. De discussies over hoe de werkgelegenheid vast te houden, het basisinkomen en van vakbeweging tot volksbeweging stonden centraal in de bond en misten hun uitstraling naar andere FNV-bonden niet.

"Pas toen ik in Groningen op kantoor kwam, had ik het gevoel thuis te komen. Ik heb daar dierbare herinneringen aan. Tamme Volders, Tinie van Koningsvelt, Lolke van der Meulen en vele anderen kreeg ik daar als collega. Het leven was nu geen dictaat meer, ik kon met mijn ideeën, gevormd in de jaren hiervoor, aan de slag. De betrokkenheid van de mensen op het kantoor van de Voedingsbond was groot, het maakte niet uit wat je positie was binnen de bond. Als er wat aan de hand was, kon je altijd een beroep op elkaar doen. De mensen waren altijd beschikbaar. Er bestond een grote mate van solidariteit. Deze wisselwerking van ideeën gaf mij de mogelijkheid me verder te ontwikkelen, zie het maar als een stukje onvervalst scholingswerk. Als ik met Tamme, die in vleesverwerkende Industrie zat en waar ik het goed mee kon vinden, in het café zat, dan was de revolutie haast uitgebroken. Met weemoed denk ik terug aan deze tijd, ook al werkte je zes dagen per week. Ik was bestuurder in de zuivelsector tot 1993."

De Zuivel en de strijd voor werkgelegenheid

Door de verdere mechanisatie en schaalvergroting van de melkfabrieken, de concurrentie met andere landen en de door de EEG ingevoerde melkquotering werd de zuivelindustrie in Nederland te kleinschalig. Om overeind te blijven, werd verder samengaan van zuivelfabrieken, vaak op coöperatieve manier georganiseer,d noodzakelijk. Dit was een moeizaam proces. De Voedingsbond probeerde de werkgelegenheid in deze sector overeind te houden. Naast meer loon ging de strijd om arbeidstijdverkorting, vaste banen in plaats van uitzendkrachten en het instellen van vervroegd uittreden, de VUT.

Heinen: "Het was begin jaren tachtig, de tijd van de fusies naar grotere eenheden in de zuivel waar ik bestuurder voor was. Ik had kaderleden in de bedrijven zitten, geweldig. Dat waren vaak mensen met veel moed en courage die niet bang waren om in actie te komen als het moest. We hebben in deze sector heel veel strijd moeten voeren. Het was de tijd dat de zuivel in Noord-Nederland moest fuseren. Er dreigde veel werkgelegenheid te verdwijnen als de bedrijfstak niet zou worden gereorganiseerd.

"In 1983 fuseerde Domo Beilen met Frico Leeuwarden, de nieuwe naam werd Noord Nederland. Dat was net voor dat ik kwam. Het was een soort van Boerenrepubliek, het management kon niet opereren zonder toestemming van de boeren. Er was grote verdeeldheid. Noord Nederland had elk jaar een probleem, de melkprijs was altijd een ietsje lager dan van de zogenaamde vrije fabrieken, de oude boerencoöperaties die nog zelfstandig waren", vertelt Dick.

In 1987 ontstaat er een commissie van wijze mannen met als opdracht dat alle zuivelcoöperaties onder één dak moeten komen. De commissie en het rapport dat werd uitgebracht werd genoemd naar de zuivel werkgeversvoorzitter Zijlstra. Conclusie van deze commissie was dat alle coöperatieve zuivelfabrieken in het noorden moesten fuseren tot één groot geheel. Kort samengevat waren de doelstellingen van de commissie: geen dubbele investeringen meer waardoor er strategisch geïnvesteerd kan worden, er kan een langer termijnplan ontwikkeld worden en er zouden minder sluitingen plaats vinden. En., de boeren moesten aandeelhouders worden in plaats van coöperatieve bezitters. Het kwam erop neer dat de Voedingsbond, om de werkgelegenheid te behouden, de enige voorstander was.

Heinen opereert veelvuldig als spreker voor zowel zijn eigen leden als voor de boeren om het bondsstandpunt uit te leggen. De laatsten zien in hem de aartsvijand die de boeren het brood uit de mond stoot en hen het zelfstandige ondernemerschap en het bezit van de Coöperatie probeert af te pakken. Zijn huis in Assen wordt met de strontwagen bezocht en met leuzen beklad.

Allerlei organisatiedeskundigen worden ingehuurd door de directies om het beleid in deze chaotische toestand te ondersteunen. Organisatiebureaus als Mackenzie en Berenschot zijn er rijk van geworden. Als de rapporten de directie niet aanstaan, worden ze het gewoon even herschreven, in ieder geval Berenschot maakt zich hier schuldig aan.

Toch ontwikkelt zich een duidelijke lijn, de boeren moeten aandeelhouder worden. Hierdoor krijgt de directie meer vrijheid om te kunnen opereren. De boeren kunnen dan niet meer als bezitter van de fabriek opereren. Uiteindelijk wordt Sikking, de oude baas van Stork, de grote man aan het roer. Sikking straalt gezag uit en heeft statuur. De Voedingsbond en de directie zijn het in de periode in hoofdlijnen eens. Boeren worden aandeelhouders en de directie kan besturen.

In 1990 fuseert Noord Nederland met CCF. Het nieuwe bedrijf heet nu Friesland Frico Domo. De boeren zijn nu als aandeelhouders op afstand gebracht. Alleen DOC in Hoogeveen, een zéér verdeelde en gereformeerde club doet niet mee. Tot de dag van vandaag zijn ze zelfstandig gebleven en hebben onlangs nog een nieuwe fabriek laten bouwen. Het is moeilijk meetbaar hoeveel banen er door de reorganisaties zijn behouden, wel duidelijk is het dat het zonder de reorganisaties meer werkgelegenheid gekost zou hebben. De inspanningen van de Voedingsbond en Dick Heinen zijn niet vergeefs geweest.

De Zuivel-cao

De cao-strijd was per regio zeer divers. Dat manifesteerde zich landelijk binnen de bond. Er bestonden grote verschillen in de landelijke vakgroep zuivel van de Voedingsbond. In het noorden was traditioneel een grote strijdvaardigheid aanwezig die haar wortels in een roerige, sociaal bewogen geschiedenis heeft liggen. In andere delen van het land was dit, op een paar uitzonderingen na, veel moeilijker.

Vooral in de gebieden van de 'biblebelt' en het katholieke zuiden ontbrak het aan daadkracht en actiebereidheid. Dat hield in dat acties voor een goede cao zich voornamelijk in het noorden voltrokken met enkele uitzonderingen in het westen, onder andere Rotterdam en Opmeer. Dit leidde tot grote frustraties bij de actiebereide groepen in het noorden en deels westen. In 1984 liep de spanning in de landelijke vakgroep zo hoog op dat de noordelijke kaderleden opstapten.

Tijdens de besprekingen van het zoveelste cao-conflict dreigde het noorden weer de actie te moeten dragen zonder het midden en het zuiden. De tegenstellingen leken onoverbrugbaar. De interne strijd had tot een splitsing én tot een nieuwe bond in de zuivel kunnen leiden. Ondanks begrip van Heinen voor de noordelingen zou een nieuwe bond een aanslag voor de daadkracht en eenheid van de vakbeweging leiden, een feitelijke verzwakking. Er moest door hem veel masseerwerk worden verricht om de eenheid te herstellen, vooral in het activistische noorden.

De Zuivelacties van 1986

Op 30 april 1986 ging het weer mis in de zuivel. Het grote breekpunt was de prijscompensatie en een werkweek van 36 uur. De Industrie- en Voedingsbonden van FNV en CNV gingen over tot acties in 27 bedrijven met 15.000 werknemers. Het zou tot de grootste zuivelstaking in Nederland leiden met de naam 'De Witte Motor Storing'.

Naast de toen nog gewone prijsindexering was het de wens van de leden om de lonen reëel te verhogen en een werkweek van 36 uur te bereiken. Het laatste punt werd beïnvloed door de vermindering van de werkgelegenheid in de Zuivelindustrie. Indien deze wensen van de leden niet via onderhandelingen binnengehaald zouden worden, zouden er acties komen.

Naast het noorden werd ook in het westen en het zuiden gestaakt. Melkunie Rotterdam, Opmeer in Noord-Holland en Bergeik in het zuiden deden mee. Het was een felle en emotievolle strijd waarbij veel melk de sloot in ging. Meer dan veertig bedrijven lagen plat. De FNV moest bestuurders leveren die ondersteunend werk verrichtten in de zuivelstrijd omdat de Voedingsbond niet voldoende personeel had om deze zeer grote staking te ondersteunen met eigen personeel. Met weemoed denkt Heinen terug aan Warga, waar onder leiding van kaderlid Haye Andringa de strijd zich voltrok. Aan het begin van de staking gaf de directeur van de melkfabriek Andringa de sleutels met de woorden: 'Als het voorbij is krijg ik ze wel terug.'

De Zuivelacties in het noorden

Op woensdag 30 april 1986 begon de actie ook in het noorden. De werkgevers in de zuivel verklaarden zich bereid de 36-urige werkweek in te willen voeren. Op 1 mei, de dag van de arbeid, blijkt dat de onderhandelingen over de Zuivel-cao zijn vastgelopen. Loonsverhogingen en de angst voor banenverlies door de inzet van inleenkrachten (uitzendkrachten) vormen het breekpunt.

De spanning loopt op, niet alleen bij de stakers, maar ook bij de boeren, die melk in de sloot weg laten lopen. Volgens de directie van de Domo (Beilen en Bedum) zal het nog zeker een etmaal duren voordat de grote voorraden zijn weggewerkt. Men vreest de acties van woedende boeren die zinnen op wraak, vooral tegen de Voedingsbond FNV. Bij de bonden komen de dreigtelefoontjes binnen en soms kan ternauwernood de deur gesloten worden om de strontkarren van de boeren tegen te houden. Nog duizenden tonnen melk moeten op de een of andere manier geloosd worden.

Inmiddels wordt er in het noorden gestaakt in Beilen, Bedum, Groningen, Emmen, Meppel, Winschoten en Leeuwarden. Op vrijdag 2 mei 1986 dagen de werkgevers de bonden voor de rechter en ook de staat laat van zich horen vanwege de melk die door de boeren in de sloten wordt geloosd. Een milieuramp wordt gevreesd. Vanwege de ontploffing van de atoomcentrale in Tsjernobyl een week eerder, mogen de boeren vanwege de nucleaire straling het vee niet buiten op de weide laten lopen.

Nog dezelfde dag, 2 mei, verbiedt de rechtbank in Utrecht de staking in haar huidige vorm tot en met 13 mei. De schade aan het milieu is te groot volgens de rechtbank. Voorzitter Zijlstra van de werkgevers toont zich verheugd. De bonden schorten de staking op. Boeren storten de melk die ze aan de fabriek niet kwijt kunnen in een zuiveringsbassin te Steenwijk. Domo Beilen verwacht dat de toestand 6 mei weer genormaliseerd is, dan is alle melk verwerkt.

De Leeuwarder Courant schrijft op 2 mei dat ongeveer honderdduizend liter melk in de sloot is gegooid, dat over de invoering van een 36-urige werkweek in grote lijnen overeenstemming is bereikt, doch niet over de loonsverhoging. In een paar dagen voltrok zich de grootste zuivelstaking in Nederland. De 36-urige werkweek was er uiteindelijk door. De twijfel over de afbraak van werkgelegenheid bleef. Heinen zag zijn bed weinig in deze weken.

Industrie en onderwijs

Het belang van de zuivelindustrie was en is groot in het noorden. De staking had ook zijn uitwerking op toeleveringsbedrijven en kennistechnologie. Er waren in de jaren tachtig veel bedrijven die zich specialiseerden in de mechanisatie van de zuivelindustrie in het noorden. Denk hierbij onder andere aan de overgang van melkbussentransport naar grote gekoelde melkreservoirs op de boerderijen die minder vaak geleegd hoefden te worden. Hoogwaardige techniek werd geleverd door diverse bedrijven die de productie voor de vervaardiging van boter, kaas en andere zuivelwaren verder verfijnden.

Veranderingen in de zuivel hadden verreikende consequenties voor andere sectoren en bonden. Zowel de Industriebonden als de Vervoersbonden merkten hier de gevolgen van. Naast diverse opleidingen voor de landbouw en veeteelt was er de Hogere Zuivelschool te Bolsward die in 1963 veranderd was tot Hogere school voor de Landbouwtechnologie. Hier wordt het kader gekweekt voor de gehele levensmiddelenindustrie. In 1973 werd er eenzelfde opleiding op mbo-niveau gestart. Beide opleidingen zijn nu een onderdeel van de AOC Friesland.

Nieuwe sectoren

Dick Heinen wordt in 1993 bestuurder in de Suikersector. Hij krijgt de Bakkerijen (koekjes), Suikerverwerkende Industrie (snoepjes) en de Vleesverwerkende Industrie in zijn portefeuille. Het zijn in de jaren negentig de saneringen die het meest aan de orde zijn in deze sectoren. Kleine familiebedrijfjes worden opgekocht door grotere, kapitaalkrachtige ondernemingen. Plotseling verdwijnt de complete werkgelegenheid van een heel dorp en worden werknemers gedwongen om te verhuizen of te gaan pendelen. Het is in het klein hoe 'God uit Jorwerd vertrok' van Geert Mak.

Heinen: "Vaak werd er met plak- en knipwerk geopereerd. Om de werkgelegenheid veilig te stellen, maakten we een overeenkomst met uitzendbureau Randstad waarin een werkgarantie voor twee jaar met behoud van het oude loon en daarna plaatsing in een bedrijf met een vaste baan worden opgenomen. Het laatste was niet altijd 'waterproof'.

In 1997 komt de fusie tot Bondgenoten tot stand en krijgt Heinen andere sectoren onder zijn hoede, namelijk de kartonindustrie en de chemische industrie.

Hoe de bond eruit moet zien

Dick Heinen was in principe voorstander van een fusie tot grotere eenheid, dus Bondgenoten. In 1997 was de financiële sector een speerpunt voor de bond. Bij banken en verzekeringsbedrijven was het personeel slecht georganiseerd. De Dienstenbond FNV nam dat probleem bij de fusie mee. Op dat moment was deze sector booming business.

Heinen: "We legden de noodzakelijke faciliteiten en activiteiten zo dicht mogelijk bij de leden, dat wil zeggen in de regio. Inmiddels is alles landelijk gecentraliseerd. Dat is een ramp. Leden kunnen ons niet bereiken. De bond moet altijd bereikbaar zijn voor de leden en zichtbaar aanwezig in de bedrijven. Deskundigen zoals advocaten en economen moeten onmiddellijk geraadpleegd kunnen worden ten bate van zowel de individuele als collectieve belangenbehartiging. Kiezen voor mensen die in het productieproces in de verdrukking komen moet het uitgangspunt zijn. Dat moet onze kracht zijn."

De wereld van nu

"De wereld van nu is een onrechtvaardige wereld, waarin de verdeling van kennis, inkomen en macht op geen enkele manier tegemoet komt aan de mensen die het meeste nodig hebben, de armen en verdrukten", benadrukt Heinen. "Ook als vakbeweging doen we daar nauwelijks iets aan. Vanaf 1982, door het sluiten van het akkoord van Wassenaar, zijn we in ruil voor arbeidstijdverkorting het sociale stelsel min of meer kwijtgeraakt. Eerlijk gezegd, op het moment zelf waren we blij met het akkoord. De werkloosheid liep catastrofaal op en het invoeren van de arbeidstijdverkorting heeft naast allerlei andere maatregelen duidelijk geholpen."

Heinen: "Er is toen een foute cultuur ontstaan binnen de vakbeweging. Er was tot aan het Stichtingsakkoord van 1982 een cultuur dat belangrijke wijzigingen in het sociale stelsel of andere maatschappelijke veranderingen eerst binnen de bonden met de leden werd besproken. Dit was bij haast alle bonden zo geregeld. Hierna gebeurde dat niet meer. De FNV maakt afspraken met werkgevers en overheid zonder de leden erbij te betrekken! De enige uitzondering was de grote demonstratie op het museumplein op 2 oktober 2004 gericht tegen de bezuinigingen van het kabinet-Balkenende 2. Hierna werd het oorverdovend stil en volgde een halfbakken akkoord."

Hij vervolgt: "We zien in de jaren negentig een afbraak van het sociaal gebouw, waarbij ook in die periode de privatisering in gang is gezet. Men geeft de schuld aan Europa. Maar als we gaan vergelijken, is er geen land dat zo het mes heeft gezet in de sociale voorzieningen en tevens de overheidsdiensten in de uitverkoop heeft gezet. De paarse kabinetten van Kok en Zalm, dus van sociaaldemocraten en liberalen, hebben hier toch echt de aanzet toe gegeven. Het heeft grote gevolgen voor de mensen die aan het werk zijn in de bedrijven, zij zijn op zichzelf aangewezen, ze moeten het zelf maar uitzoeken, de overheid trekt zich meer en meer terug van de burgers."

Heinen: "De gevolgen voor zowel de werknemers in de geprivatiseerde bedrijven als voor de burgers die een tarief moeten betalen is groot. Bij het vervoer zien we 'uitgemolken' chauffeurs, bij de energiebedrijven vloeit de winst naar grote concerns in het buitenland in plaats van dat lagere overheden hier hun budget ten bate van de burgers kunnen verhogen. Voor de politiek zelf is het een ernstige aanslag van haar invloed op de maatschappij. Daardoor is de individualisering aangewakkerd. De overheid pakt iedere keer een deel van de samenleving aan en holt hiermee het verband van de gemeenschap uit. Kijk naar de WW, de WAO, de AOW en het ontslagrecht. Het afschaffen of privatiseren van onze volksverzekeringen heeft de cohesie van onze samenleving ernstig aangetast. Dat geeft de overheid steeds weer de kans om andere groepen aan te pakken en het sociaal systeem af te breken. In een liberale wereld bestaat geen sociaal systeem."

De vakbeweging van nu

Heinen: "Gewone mensen gaan de rekening betalen van de huidige crisis, niet de echte veroorzakers. Het probleem is dat de FNV als strijdorganisatie is weggevallen terwijl we hem juist nu hard nodig hebben. De eenheid, voor zover ooit aanwezig was, is weggevallen. In maart 2009 zien we een mevrouw uit een gebouw in Den Haag komen die zegt: 'de klus is geklaard, de AOW blijft op 65 jaar staan en dat gaan we in de SER even regelen'. Tot het moment dat de werkgevers nee zeiden.

"Tot september vorig jaar(2009) heeft geen bondslid deelgenomen aan de discussie over de AOW. Hoe zo democratisch? Pas toen twee bonden, de Bouwbond en Bondgenoten gingen dwarsliggen kwamen er acties. Toen gingen andere bonden meedoen omdat kaderleden in het geweer kwamen. In oktober 2009 kwamen we elkaar weer tegen tijdens regionale acties. Polderen is natuurlijk mooi, maar zonder de leden erbij te betrekken niet democratisch en dat wekt bij de leden weinig enthousiasme op.

"We moeten een visie hebben waar we naartoe willen, welke weg we willen bewandelen met de vakbeweging. Daarover moeten we discussiëren met de leden. Vanuit de discussie met de leden moeten we een maatschappijvisie ontwikkelen en die gaan uitdragen, mensen uitnodigen om met ons mee te doen. We moeten ageren in plaats van reageren. We moeten mensen een idee geven welke kant we op willen gaan", aldus Heinen.

Naast zijn drukbezette baan is Dick Heinen ook actief in de SP in Bellingwedde en lid van de gemeenteraad. Met grote inzet is hij actief voor het vluchtelingencentrum in Ter Apel. Daar voert hij met name actie voor het geven van taalcursussen, zodat de bewoners van het centrum een plaats kunnen vinden in onze maatschappij en mee kunnen doen.

Jan Rootlieb
December 2010