De geschiedenis van de Nederland vakbeweging kent geen militante vakbondstraditie. In vergelijking met andere landen zijn arbeiders hier zich pas laat gaan organiseren en is de verhouding tot de werkgevers altijd relatief gematigd gebleven. Een belangrijke oorzaak is de late industrialisering van Nederland en de daarmee samenhangende opkomst van een algemene arbeidersbeweging. Alleen bepaalde beroepsgroepen, zoals typografen en diamantbewerkers, zochten al snel steun bij elkaar.
| 1866 |
Oprichting Algemeene Nederlandsche Typografen BondIn de laatste decennia van de 19e eeuw worden tal van plaatselijke bonden opgericht. Daarvoor bestonden al tientallen zo niet honderden lokale verenigingen. Actiepunten: gezamenlijke kassen (spaarpotten) voor ziekte en overlijden. De eerste landelijke vakbond is de Algemeene Nederlandsche Typografen Bond (ANTB), die wordt in 1866 opgericht. |
![]() |
| 1871 | Oprichting Nederlandsch WerkliedenverbondDit verbond, al snel omgedoopt tot Algemeen Nederlandsch Werkliedenverbond (ANWV), is de eerste georganiseerde voorloper van de huidige moderne vakcentrale FNV. Het ANWV zet zich af tegen de socialistische beweging die predikte dat arbeiders in opstand moesten komen tegen de heersende klasse en zelf de macht moesten grijpen. Wel wil het verbond de materiële positie en de sociale status van arbeiders verbeteren. |
|
| 1881 | Oprichting van de Sociaal-Democratische Bond (SDB)Met de oprichting van de Sociaal-Democratische Bond (SDB) wordt voor het eerst in Nederland een organisatie opgericht met een socialistisch programma (programma van Gotha van de Duitse sociaaldemocraten) waarbij verschillende verenigingen van arbeiders lid worden. In die jaren is er sprake van een politiek-maatschappelijke organisatie waarbij er geen onderscheid wordt gemaakt tussen vakbonden en politieke partijen. Met name in Noord- en Oost-Nederland is de SDB van groot belang geweest voor de opbouw van de socialistische beweging. |
![]() |
| 1893 | Oprichting Nationaal Arbeids Secretariaat (NAS)Het NAS stelt zich revolutionair op. Zij wil arbeidersbonden en arbeidersverenigingen organiseren om bij werkloosheid of stakingen de belangen van de arbeidersklasse via solidariteit te verbeteren. Het NAS organiseerde zich op anarchistische basis: geen stakingskassen, geen strakke organisatie en geen betaalde bestuurders. |
|
| 1894 | Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkers Bond (ANDB)De Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkers Bond (ANDB) is de eerste moderne bond, gebaseerd op de Britse vakbeweging van Sidney en Beatrice Webb. Er wordt een centraal beleid gevoerd, met betaalde vakbondsbestuurders, een sterkte weerstandskas (en dus hoge contributies), eigen acties, hulp voor de leden, eigen publicaties en scholing. |
![]() |
| 1903 | Algemene spoorwegstakingenEerst in de haven van Amsterdam en even later bij de spoorwegen breekt in januari een spontane opstand uit tegen het ontslag van een aantal arbeiders die gehoor gaven aan de oproep van hun bond de Federatie. De ledenvergadering had besloten dat al het personeel in de haven georganiseerd moest zijn. Spoorwegpersoneel legt massaal het werk neer. De spoorwegdirecties zijn zo overrompeld, dat zij na enig aarzelen alle eisen van de stakers inwilligen. De burgerij is geschokt, de socialisten dolblij (Troelstra schreef: 'Gansch het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil') en de regering vreest dat dit geen arbeidsconflict is, maar de voorbode van een beweging die het hele politieke bestel wil opblazen. Premier Abraham Kuyper (Anti Revolutionaire Partij, voorloper van het CDA) komt met drie wetten die het ambtenaren en spoorwegpersoneel verbiedt te staken. Deze wetten worden de worgwetten van Kuyper genoemd, waarbij het ambtenaren werd verboden te staken. Een tweede stakingspoging in april wordt door regering en werkgevers met veel machtsvertoon in de kiem gesmoord. De grote landelijke stakingen van januari (gewonnen) en van april (verloren) gaven aan dat beide stromingen (ANDB en NAS) onverenigbaar waren. Er manifesteerde zich een enorme tweespalt in de arbeidersbeweging. Troelstra versus Domela Nieuwenhuis (NAS). |
'Gansch het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil' Affiche van
Albert Hahn |
| 1906 | Oprichting Nederlandsch Verbond van Vakvereenigingen (NVV)Vanaf eind negentiende eeuw worden in allerlei bedrijfstakken kleine en grotere vakbonden opgericht, die echter allemaal hun eigen drijfveren en aanpak hebben. Mede door de gebeurtenissen rondom de spoorwegstaking dringt het besef door dat een meer centrale leiding voorwaarde is voor meer macht. Dit leidt tot oprichting van de vakcentrale NVV (later met NKV in 1976 gefuseerd tot de huidige FNV). Eerste voorzitter is Henri Polak, de voorzitter van de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkers Bond. |
![]() |
| 1909 | Oprichting van het Christelijk Nationaal VakverbondNVV-voorzitter Polak heeft als ideaalbeeld een sterke, ongedeelde vakcentrale die niet gelieerd is aan een geloofsrichting, maar ook niet aan een politieke stroming als het socialisme. Dat ideaal houdt geen stand. In het verzuilde Nederland krijgen de protestants-christelijke en rooms-katholieke arbeiders hun eigen vakorganisatie. In 1909 sluit een aantal christelijke bonden zich aan bij een gezamenlijke centrale: het CNV. Na protest van de bisschoppen richten de katholieken het Bureau voor de R.K. Vakorganisatie. Dat was de eerste katholieke vakcentrale. |
|
| 1909 | Katholieke Arbeidersbeweging in NederlandTot het einde van de 19e eeuw bleef de katholieke arbeidersbeweging feitelijk beperkt tot het Aartsbisdom Utrecht en het
bisdom Haarlem. De Utrechtse bond van werkliedenverenigingen was aanvankelijk een federatief verband voor werklieden
werkliedenverenigingen, uit werklieden gevormd, door werklieden beheert en geleid. Aan die organisatie van, voor en door
werklieden zijn de namen van de sociale priesters Ariëns en Schaepman verbonden. Ariëns was de oprichter en geestelijk
adviseur van de werkliedenvereniging in Enschede en Schaepman werd de geestelijk adviseur van de Utrechtse diocesane bond.
Beiden waren benoemd door de aartsbisschop. |
|
| 1914 | Noodwet minister TreubIn 1914 werden de werkloosheidskassen van de vakbonden ondersteund door de noodregeling van minister Treub. Gemeenten werden verzocht een toeslag van 100 procent te geven op de uitkering aan de leden van de werkloosheidskas. De koppeling van vakbeweging en werkloosheidsverzekering was van groot belang voor het lidmaatschap van de vakbonden. |
|
| 1914-1918 | Eerste WereldoorlogDe Eerste Wereldoorlog smoort de prille initiatieven in Nederland op het gebied van belangenbehartiging voor arbeiders. De Nederlandse politici en ondernemers worden zenuwachtig van de socialistische golf die over Europa gaat. |
|
| 1918 | Troelstra proclameert de revolutieIn november 1918 leek heel Europa in de ban van de revolutie. Tweede-Kamerlid P.J. Troelstra (SDAP, voorloper van de PvdA) riep de revolutie uit: "Wij maken een revolutie omdat het kan en moet. De arbeidersklasse in Nederland grijpt thans de politieke macht." Zijn oproep had toen geen direct politiek effect. Maar de angst voor revolutie leidde ertoe dat in de jaren daarna een reeks sociale wetten, zoals de achturendag, tot stand kwam. Ook waren in de daarop volgende jaren de arbeiders zeer strijdbaar en actiebereid. Tevens kwam het algemeen mannen- en vrouwenkiesrecht tot stand. |
|
| 1929 | Beurskrach op Wall StreetDe ineenstorting van de effectenbeurs in Amerika luidt een langdurige periode van economische neergang in. Ook Nederland lijdt daaronder. De enorme werkloosheid maakt werknemers bijzonder kwetsbaar en leidt ertoe dat arbeiders bang zijn om te protesteren. |
|
| 1935 | Plan van de ArbeidSDAP en NVV ontwikkelden onder invloed van de Britse econoom J.M. Keynes een sociaal economisch plan om de massa werkloosheid van de dertiger jaren te bestrijden. Het Nederlandse Plan van de Arbeid stelde twee elementen op de voorgrond: de bestaanszekerheid voor het volk en behoeftevoorziening als richtlijn voor de productie. In de inleiding werd gesteld dat het geen socialisme zou brengen. Belangrijke onderdelen van het plan kregen na de Tweede Wereldoorlog hun uitwerking in de planning en ordening van de Nederlandse samenleving onder de kabinetten-Drees (PvdA). |
![]() |
| 1945 | Oprichting Stichting van de ArbeidAl tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben vakorganisaties en werkgeversorganisaties met elkaar contact over de wijze waarop Nederland na de oorlog vorm moet krijgen. Die gesprekken leidden ertoe dat twaalf dagen na de bevrijding de Stichting van de Arbeid wordt opgericht. De gedachte daarachter is, dat werknemers¬ en werkgeversorganisaties als 'sociale partners' van de overheid medeverantwoordelijkheid dragen voor het oplossen van sociale en economische vraagstukken. Tot op de dag van vandaag functioneert de Stichting als platform voor overleg tussen werkgevers en werknemers over actuele kwesties in het bedrijfsleven, met de nadruk op arbeidsvoorwaarden en arbeidsverhoudingen. In de jaren 1945 tot circa 1960 speelt de Stichting van de Arbeid een belangrijke rol in de wederopbouw van Nederland. Hierbij wordt een uitruil gemaakt tussen de verschillende partijen. De vakbeweging gaat akkoord met de geleide loonpolitiek en ziet af van werkelijke zeggenschap in de bedrijven. Een politiek waarbij de loonsverhogingen aan banden zijn gelegd. Het kabinet bouwt een sociaal stelsel op met ouderdomspensioen ('trekken van Drees') en werkloosheidsuitkering. Door de goedkope arbeid, als gevolg van de geleide loonpolitiek, vindt er weinig tot geen innovatie in de bedrijven plaats. Deze politiek van te lage lonen wordt te lang doorgezet, waardoor economische stagnatie optreedt. De Stichting kan aanbevelingen doen, waarna het aan de cao-onderhandelaars is om daar vorm aan te geven. Deze centraal geleide ontwikkeling leidde bij de vakbeweging tot een verwijdering tussen leiding en leden. De Eenheidsvakcentrale (EVC), waarin veel communistische sympathisanten na het verzet in de oorlog onderdak hadden gevonden, wordt buitengesloten. |
![]() |
| 1950 | Oprichting Sociaal-Economische Raad (SER)De SER komt voort uit de Wet op de bedrijfsorganisatie die in 1950 van kracht wordt. Deze wet gaf verder uiting aan de gedachte dat overheid en sociale partners een gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen. De SER bestaat grotendeels uit afgevaardigden van vakorganisaties en werkgevers¬koepels, met daarnaast, anders dan de Stichting van de Arbeid, 'onafhankelijke' leden (zogeheten Kroonleden) die op basis van hun kennis een zetel hebben. De SER heeft twee belangrijke taken: een adviserende en een bestuurlijke. Hij geeft adviezen aan de regering op sociaaleconomisch terrein. De bestuurlijke functie bestaat uit de vorming van product- en bedrijfschappen waarin ondernemers en werknemers zaken regelen die zij in het belang van de eigen bedrijfstak achten. |
|
| 1969 | Felle discussie over plan-Kloos: een ongedeelde vakbewegingIn 1968 en '69 wordt binnen het NVV veel gediscussieerd over het plan-Kloos, een voorstel van toenmalig NVV-voorzitter André Kloos om af te stappen van de structuur van allemaal verschillende vakbonden onder de paraplu van de vakcentrale. Kloos wil van het NVV een ongedeelde vakbeweging maken. Het plan-Kloos gaat niet door; maar de gedachte dat bundeling meer kracht oplevert, leidt op 15 oktober 1971 wel tot de fusie van een aantal kleinere bonden tot de Industriebond NVV. Deze bond, die veel invloed heeft binnen de vakcentrale, vaart in die jaren een steeds radicalere koers. Onder leiding van Arie Groenevelt zet de bond zich sterk af tegen de invloed en de macht van werkgevers. |
![]() |
| 1970 | Wet op de loonvormingIn de periode na de Tweede Wereld¬oorlog kent Nederland een geleide loonvorming, waarbij vanuit de overheid wordt aangegeven met hoeveel procent de lonen in een jaar mogen stijgen. Halverwege de jaren '60 zijn het de werkgevers die van dit systeem afwillen: de arbeidsmarkt is krap en bedrijven zoeken naar mogelijkheden om extra werknemers aan te trekken. De vakbeweging pleit in die periode wel voor loonmatiging, omdat men bang is voor aantasting van de Nederlandse exportpositie. Vanuit de leden komt er steeds meer kritiek op de loonpolitiek. Vooral de bonden in branches als de haven en de bouw, waar werkgevers zwart veel extra bijbetalen, willen dat de vakcentrales afstappen van de loonmatiging. In 1970 treedt een nieuwe Wet op de loonvorming in werking: de hoogte van de lonen is voortaan de verantwoordelijkheid van werkgevers- en werknemersorganisaties. Alleen "in zeer ernstige situaties" kan de regering nog een algemene loonmaatregel voor de cao-lonen afkondigen voor maximaal zes maanden. Van die mogelijkheid maakte de regering eind 1970 direct gebruik, tot woede van een aantal vakbonden. |
![]() |
Grote stakingen in de haven (op de werven) en in de metaal: 400 gulden actieIn 1970 begon een massale landelijke actie in Rotterdam. Eerst legden de arbeiders op de scheepswerven het werk neer en enkele dagen later volgden de havenarbeiders. Het was vooral hun staking die de stoot gaf tot tientallen stakingen in het hele land. De enigszins ingeslapen vakbonden werden door de stakers weer wakker geschud. Daardoor kwamen de bonden weer in beweging en de meeste stakingen die in de jaren zeventig uitbraken stonden onder hun leiding. |
![]() |
|
| 1972 | Eerste grote bedrijfsbezetting bij EnkaOp vrijdag 7 april wordt bekend dat chemie- en vezelconcern Akzo de Enka-fabriek in Breda gaat sluiten en dat 1700 mensen hun baan kwijtraken. Het werk gaat met meer winst in het buitenland verricht worden. Als blijkt dat de Akzo-directie geen sociaal plan wil afsluiten, bezetten 800 werknemers spontaan de fabriek. De bonden steunen de actie. Het is de eer¬ste bedrijfsbezetting in Nederland, die in de hele maatschappij tot veel beroering leidt. De fabriek blijft nog tien jaar open. |
![]() |
| 1973 | Start van het kabinet-Den Uyl / Wim Kok wordt voorzitter NVVNederland krijgt voor het eerst een progressief kabinet, onder leiding van PvdA-voorman Joop den Uyl. In hetzelfde jaar wordt Wim Kok voorzitter van het NVV. In de daaropvolgende jaren stelt het NVV zich steeds nadrukkelijker op als maatschappijkritische organisatie, die ook over niet-werkgerelateerde onderwerpen (zoals de mensenrechten in Zuid-Amerika, kernraketten, enz.) een mening heeft. Het streven naar een andere (socialistische) maatschappij krijgt weer inhoud. |
![]() |
| 1974 | Besprekingen over fusie NVV, NKV en CNVDe drie grote vakcentrales, die sinds 1958 regelmatig contact hebben in het Overlegorgaan NVV-NKV-CNV, zijn vanaf begin jaren zeventig met elkaar in gesprek over een nauwere samenwerking, liefst in de vorm van een federatie. Er volgen vier jaren van discussies, rapporten en onderzoeken. Uiteindelijk haakt het CNV in 1974 toch af: deze vakcentrale wil vasthouden aan de christelijke identiteit en is bang dat daarvoor in de nieuwe opzet geen ruimte is. |
|
Hogere werknemers krijgen eigen vakcentraleIn de jaren zeventig woedt in Nederland een felle discussie over de nivellering van inkomens. In de ogen van veel midden- en hoger kaderpersoneel schieten de bestaande vakbonden hierin door. Delen van het hoger personeel organiseren zich in eigen bonden: de Vereniging van Hoger Personeel (VHP) en de Unie. In 1974 komt er een eigen overkoepelende vakcentrale: de MHP. De andere vakcentrales verzetten zich jarenlang tegen de MHP (vakcentrale voor middengroepen en hoger personeel), omdat ze vinden dat zij zelf de belangen van hoger personeel al behartigen. Uiteindelijk krijgt de MHP in 1976 een zetel in de SER, twee jaar later mag de vakcentrale ook lid worden van de Stichting van de Arbeid. |
![]() |
|
| 1976 | Oprichting van de Federatie Nederlandse VakbewegingNVV en NKV federeren tot FNV. Er is nog steeds sprake van twee vakcentrales en de FNV. |
|
| 1977 | Grote Februaristaking over behoud automatische prijscompensatieDe verhouding tussen werkgeversorganisaties en vakbeweging wordt steeds harder. Het voorstel van de werkgevers om de automatische prijscompensatie (die de lonen voor de inflatie corrigeert) af te schaffen, leidt tot massale stakingen. De vakbeweging wint de strijd, al verdwijnt de automatische prijscompensatie in de decennia erna toch uit de meeste cao's. |
![]() |
| 1978 | Kabinet-Van Agt komt met nota Bestek '81De enorme verkiezingswinst van de PvdA(van 42 naar 52 zetels) in 1977 verdampt in een eindeloze formatieronde. VVD en CDA gaan er met de buit vandoor en regeren met een krappe meerderheid van 77 van de 150 zetels in de Tweede Kamer. In de zomer van 1978 komt de nieuwe regering met een geruchtmakende nota over het sociaaleconomische beleid tot en met 1981: bestek '81. De ontkoppeling van uitkeringen en overheidssalarissen aan de loonontwikkeling van het bedrijfsleven is een van de centrale punten van het kabinetsbeleid. De markt moest meer ruimte krijgen en zou nieuwe banen creëren. |
|
| 1979 | FNVNVV en NKV fuseren op 1 januari 1979 tot de huidige FNV, waarbij de vakcentrales NVV en NKV worden opgeheven. Daarna vinden de fusies tussen de NVV- en NKV-bonden plaats. |
![]() |
| 1979 | Arbeidsduurverkorting komt op de agendaBinnen de vakbeweging woedt een hevige strijd tussen de groep bestuurders en leden die vindt dat de lonen moeten blijven stijgen en een groep die van mening is dat loonmatiging het wisselgeld kan zijn voor meer werkgelegenheid. De extra banen moeten komen uit herverdeling van werk, waarbij arbeidsduurverkorting een voor de hand liggend instrument is. Eind 1979 komt er in de Stichting van de Arbeid bijna een centraal akkoord, waarbij de werkgevers - in ruil voor loonmatiging - in het cao-overleg bereid zijn te praten over arbeidsduurverkorting. Een grote minderheid binnen de FNV verzet zich hiertegen, waardoor het akkoord er niet komt. |
|
| 1980 | Een jaar van protestenDe Bestek '81 doelstelling werkte dus niet. Het aantal werklozen blijft toenemen. Dit leidt tot spanningen binnen de vakbeweging. Ondanks massale protesten van de vakbeweging ("Willen we naar de Dam, dan gaan we naar de Dam") houdt het kabinet vast aan de bezuinigingsplannen. |
![]() |
| 1982 | Akkoord van WassenaarOp 4 november treedt het eerste kabinet-Lubbers aan en op 17 november begint het overleg tussen het kabinet en de sociale partners. Zeven dagen later is er het 'Akkoord van Wassenaar' - zo genoemd omdat het huis van VNO-voorzitter Van Veen daar staat. Het is het voorlopige einde van de radicalisering. Vakcentrales leggen zich neer bij loonmatiging in ruil voor een belofte tot banengroei. Dit leidt bij de vakbeweging weer tot vergroting van de afstand tussen leiding en leden. Veel leden zien het nut niet in van loonmatiging. |
|
| 1983 | Massale stakingen van ambtenarenOndanks het Akkoord van Wassenaar volgt in de maanden erna veel arbeids¬onrust. Reden: de korting van 3½ procent op de inkomens van (semi-)ambtenaren en uitkeringsgerechtigden. In het najaar komt het tot een golf van acties, demonstraties en stakingen. 'Boos op Koos' wordt een van de actieleuzen richting de minister van Binnenlandse Zaken Koos Rietkerk. Massale protesten in het hele land, brandweermannen spuiten met schuim het Binnenhof onder, het vuilnis stapelt zich wekenlang op, de post staakt, enz. Uiteindelijk komt er toch een akkoord: de korting wordt verlaagd naar 3 procent, maar in ruil daarvoor krijgen de ambtenaren een 38-urige werkweek. |
|
| 1986 | Heroriëntatie binnen de FNVNa de overstap van Wim Kok naar de politiek wordt Hans Pont benoemd als voorzitter van de FNV. Onder Pont begint de FNV, die kampt met een snel teruglopend ledenaantal, aan een diepgaand zelfonderzoek. Het is duidelijk dat de vakbeweging de aansluiting heeft gemist met allerlei nieuwe groepen op de arbeidsmarkt, zoals vrouwen, allochtonen en flexwerkers. De vakbeweging is vooral sterk aanwezig in bedrijfssectoren die aan belang hebben ingeboet, zoals de zware industrie. In de ICT en de commerciële¬ dienstensector krijgen vakbonden geen voet aan de grond. Een jaar later, in 1987, verschijnt het rapport 'FNV 2000', dat als startpunt fungeert voor een grootscheepse heroriëntatie van de vakcentrale en de aangesloten bonden. De vakbeweging moet herkenbaarder worden, onder andere door veel werk te maken van persoonlijke dienstverlening aan de leden. De FNV moet een 'sociale ANWB' worden. |
![]() |
| 1988 | Johan Stekelenburg voorzitter van de FNVNa het onverwachte vertrek van voorzitter Hans Pont naar het ministerie van Binnenlandse Zaken volgt Johan Stekelenburg hem op. Onder zijn leiding zet de FNV een nieuwe koers in: pragmatischer en minder somber. Een manifestatie op het Museumplein in Amsterdam trekt 150 duizend mensen: de boodschap is dat de vakbeweging zich niet meer bij voorbaat tegen iedere verandering wil verzetten, en zelf veel vaker met ideeën wil komen om problemen aan te pakken. Onder Stekelenburg zet de FNV sterk in op arbeidstijdverkorting ter bestrijding van de werkloosheid. |
![]() |
| 1989 | Kabinet-Lubbers IIIOp 7 november treedt het paarse kabinet-Lubbers-III aan, met Wim Kok op Financiën. Winstpunt voor de vakbeweging is dat in het regeerakkoord de koppeling tussen lonen en uitkeringen is hersteld. Daar staat tegenover dat in het akkoord ook wordt vastgelegd dat het aantal WAO'ers niet mag stij¬gen. Gebeurt dat wel, dan moeten er ingrijpende maatregelen worden genomen. |
|
| 1990 | Nieuw centraal akkoord over loonmatigingWerkgevers en vakbeweging sluiten in de Stichting van de Arbeid opnieuw een akkoord over loonmatiging in ruil voor extra werkgelegenheid. Iedereen is opgetogen, alleen de Delftse hoogleraar Alfred Kleinknecht fulmineert tegen de afspraken: doordat de lonen in Nederland relatief laag blijven, ontberen werkgevers de noodzakelijke prikkel om innovatief te werk te gaan. Eigenlijk is er sprake van een nieuwe geleide loonpolitiek, zoals in de jaren vijftig. |
|
| 1991 | De WAO wordt aangepaktHet aantal arbeidsongeschikten in Nederland loopt zo snel op, dat het kabinet-Lubbers III besluit dat de tegenaanval moet worden ingezet. Zowel de hoogte als de duur van de uitkeringen zullen worden aangepakt. Binnen de PvdA en binnen de vakbeweging is men woedend op partijleider Kok en op staatssecretaris Elske ter Veld (PvdA) die de maatregelen voor hun rekening nemen. De vakbeweging organiseert op 5 oktober op het Malieveld in Den Haag een demonstratie met 250 duizend deelnemers. Het kabinet houdt echter vast aan zijn besluit en staat met de rug naar de samenleving. De FNV zelf profiteert wel van alle commotie over de kabinetsplannen: dat jaar komen er 44 duizend leden bij. |
![]() |
| 1992 | Economie raakt in mineurNa een korte opleving begin jaren '90 zakt de economie in 1992 weer in. In de Stichting van de Arbeid wordt een centraal akkoord gesloten, waarin alle partijen opnieuw de wil uitspreken om de loonstijgingen beperkt te houden en de beschikbare werkgelegenheid zo goed mogelijk te verdelen. Van die goede voornemens komt weinig terecht. De cao-onderhandelingen staan in het teken van de reparatie van de korting op de WAO. |
![]() |
| 1994 | Kabinet-Kok I treedt aanVoor het eerst in de geschiedenis levert de vakbeweging een premier voor Nederland en wordt het CDA buiten de regering
gehouden. VVD en PvdA vormen de kern van de twee kabinetten-Kok. Desondanks opent het kabinet van Kok vrijwel direct de
aanval op de macht van het middenveld, waar vakbonden en werkgevers samen te veel touwtjes in handen zouden hebben. Het
primaat moet weer bij de politiek liggen. Voorts worden er 'Melkert-banen' ingesteld waardoor het werken met behoud van
uitkering wordt afgeschaft. |
![]() |
| 1994 - heden |
Privatisering en aanbestedingen in de publieke sectorIn de jaren negentig is het beleid dat niet de overheid maar de markt de problemen moet oplossen. De maakbare samenleving bestaat niet meer, de ideologische veren worden afgeschud (Kok). Het verdrag van Lissabon moet Europa tot sterkste economische macht maken. In Nederland leidt dit tot privatisering van overheidsbedrijven als de PTT, Nederlandse Spoorwegen, stads- en streekvervoerbedrijven, enz. De overheid gaat vervolgens de werkzaamheden aanbesteden aan de private bedrijven in het vervoer, de zorg, enz. Het leidt tot vele acties bij de NS als het 'rondje rond de kerk', stakingen over de werkroosters in het streekvervoer, protesten in de zorg, bij de post. |
![]() |
| 1997 | Het Nederlandse Poldermodel trekt bekijksDe wraak van werkgeversorganisaties en vakbonden is zoet (zie 1994). Drie jaar na de 'verbanning' van vakbonden en werkgevers en het instellen van het primaat van de politiek, wordt het Nederlandse overlegmodel in de buitenlandse media bejubeld. De economie bloeit, evenals de arbeidsmarkt. Ieder jaar komen er honderdduizenden banen bij. FNV-voorzitter Johan Stekelenburg treedt af als voorzitter van de FNV en wordt burgemeester van Tilburg. Lodewijk de Waal volgt hem op. |
![]() |
| 1998 | Fusieontwikkelingen binnen FNV en CNVZowel binnen de FNV en als binnen het CNV zoeken bonden aansluiting bij elkaar. Belangrijke reden is dat vakbonden hun positie binnen bedrijven willen versterken en daarvoor is geld nodig en mankracht. De FNV-bonden gaan het verst. Daar fuseren vier bonden (Industrie-, Vervoers-, Voeding- en Dienstenbond) tot FNV Bondgenoten. |
|
| 2002 | Kabinet-Balkende I treedt aanTerwijl het politieke tumult in Nederland almaar toeneemt, worden vakbonden vanaf 2001 voor het eerst in jaren geconfronteerd met grote ontslagrondes. In 2002 komt er een nieuw kabinet, voor het eerst sinds 1989 zonder de PvdA. Het kabinet-Balkenende I valt binnen een jaar, maar de toon in het tweede kabinet van de CDA-premier blijft hetzelfde: er moeten grootscheepse bezuinigingen komen in de sociale zekerheid. |
|
| 2003 | Loonmatiging in ruil voor minder bezuinigingenVakbonden en werkgevers spreken in het Najaarsoverleg met het kabinet af dat de lonen twee jaar niet of nauwelijks zullen stijgen. In ruil daarvoor zullen de bezuinigingen worden verzacht. |
|
| 2004 | Demonstratie Museumplein, AmsterdamHet tweede kabinet-Balkenende kwam met een enorm pakket maatsregelen die diep ingrepen in het leven van de Nederlanders: het feitelijk onmogelijk maken van vut en prepensioen, verslechteringen van WW- en WAO-uitkeringen, uithollen van de bevoegdheden van ondernemingsraden, enz. Na enkele maanden van kadervergaderingen, kantinebijeenkomsten, regionale demonstraties, met o.a. de grote manifestatie op Coolsingel in Rotterdam, werd op 2 oktober de landelijke demonstratie tegen de kabinetsplannen op het Museumplein een groot succes (300 duizend mensen). Maar ook dat bleek niet genoeg voor het kabinet: stakingen in het gehele openbaar vervoer en vele metaalbedrijven leidden uiteindelijk tot het Museumpleinakkoord. |
![]() ![]() |
| 2005 | Eerste vrouwelijke voorzitter FNVAgnes Jongerius is in mei 2005 verkozen tot de eerste vrouwelijke voorzitter van de FNV. |
![]() |
| 2007 | OntslagbeleidHet kabinet-Balkenende IV (CDA, PvdA en CU) komt op verzoek van de werkgevers met maatregelen om het ontslagbeleid te versoepelen. Dat houdt in geen toetsing meer van een ontslagaanvraag, de werknemer moet naar de rechter om ontslag te voorkomen, bekorting van de ontslagperiode en maximering van de ontslagvergoeding. Evenals in 2004 voeren de drie vakcentrales FNV, CNV en Unie gezamenlijk actie tegen deze maatsregelen. Uiteindelijk zal het kabinet een werkgroep installeren om te onderzoeken welke arbeidsmarktmaatregelen noodzakelijk zijn. Het voorgestelde ontslagbeleid is van de baan. |
![]() |
Bij de samenstelling van het bovenstaand overzicht van de geschiedenis van de Nederlandse vakbeweging is gebruik gemaakt van:
Groningen, december 2007
Ed van Eijbergen
Peter de Wekker