Zaterdag 22 november vond in het Utrechtse Trianon de laatste ledenraadsvergadering van de Vakbondshistorische Vereniging VHV plaats. e extra ledenvergadering unaniem in met de omzetting van de vereniging VHV in een stichting. Voorzitter Jaap van der Linden verviel nog even in weemoed, tenslotte was nog maar een maand geleden het 25-jarig bestaan van de Vakbondshistorische Vereniging gevierd. Maar hij vermande zich tijdig en met een oproep om er 'een nieuw en vooral actief begin van te maken' konden de bijna 50 aanwezigen naar huis.
Tijdens zijn openingswoorden refereerde Van der Linden nog aan de spreekwoordelijke 'rokerige achterafzaaltjes' in de vakbondscultuur. Trianon kan ertoe gerekend worden; een zaaltje ergens achteraf op de tweede verdieping van een oud gebouw, met een vreemde, diffuse lucht omdat er waarschijnlijk ook swingavonden worden gehouden. Enkel 'het rokerige' is ook hier uitgebannen.
Penningmeester Jan van Hoof, grote gangmaker van de vernieuwing, wijst op de in april gehouden ledenvergadering toen de verschillen tussen de vereniging- en de stichtingsvorm al van vele kanten waren belicht. Als er toen al sprake was van zorgen bij leden, betrof het vooral de mate van democratie, de mogelijkheid van leden om te participeren en hun invloed op het bestuur. Daarom wordt in de nieuwe statuten een tekst opgenomen waarbij het voor toekomstige 'vrienden van de VHV' mogelijk wordt om zich te kandideren voor een plek in de adviesraad en het bestuur de taak krijgt hen te stimuleren, te motiveren en uit te nodigen actief te worden.
De term VHV blijft bestaan; dat is een keurmerk geworden dat niemand kwijt wil. De statutaire naam in de toekomst luidt: VHV - Vrienden van de Historie van de Vakbeweging. De doelstelling is ook iets uitgebreid. De nieuwe VHV wil in de toekomst de verbinding leggen tussen verleden, heden en toekomst. Dat kan gevolgen hebben voor het type activiteiten. Verder blijft er veel hetzelfde zoals het blad, de bijeenkomsten en een website die in de toekomst interactiever zal worden. Maar de versterking van de banden met de vakcentrales en de aangesloten bonden 'als ware de VHV de luis in de pels' blijft hoog op de agenda staan.
Niet alle aanwezigen waren overtuigd van de noodzaak de verenigingsvorm bij het oud vuil te zetten. Tom Simonis, oud-bestuurder, verwoordde zijn gevoelens als volgt: 'Aan een stichting betaal je, en bij een vereniging hoor je.' Het ontbrak, aldus Simonis in de voorliggende statuten ook aan mogelijkheden voor de leden om mee te praten. Arie van Valen stelde vast dat het voor de meeste mensen weinig zal uitmaken en voorzag dat je niet langer voor elke stap toestemming hoeft te vragen aan de ledenvergadering.
Maar als het bestuur uit is op een 'slagvaardiger opereren', liet Rypke Boon weten, zijn er voorbeelden uit de afgelopen 25 jaar waarin dat onmogelijk bleek. Van achter de tafel werd gewezen op de vaak veel tijd- en papiervereisende besluitvormingsprocessen, veel zaken worden dubbel gedaan en de doelmatigheid is soms zoek. Dat kunnen we ons met een kleine kern van vrijwilligers niet langer permitteren, aldus het bestuur.
Raymond de Tempé vroeg nog naar de relatie tussen de 'nieuwe' VHV en toekomstige opvolger van het Amsterdamse Vakbondsmuseum. Het museum gaat al jaren door het leven als De Burcht, waarbij het gebouw sinds kort is overgedragen aan de Hendrick de Keijser Stichting. De organisatie draagt de naam Centrum voor Arbeidsverhoudingen.
Er is een duidelijke scheiding tussen de nieuwe stichting en De Burcht. Maar er kan worden blijven vergaderd en bekend is dat de nieuwe directeur van het Centrum ook zeker aandacht wil schenken aan de zogeheten museale factor. Dus de geschonken historische objecten als vaandels, foto's, gedenkboeken en vakbondsonderscheidingen blijven zichtbaar. Daarvoor wordt medewerking van de VHV gevraagd.
Bij stemming bleek dat ondanks de geuite bezwaren, alle aanwezigen instemden met de omzetting. Jaap van der Linden schetste een toekomstperspectief en stelde vast dat wij - de VHV, Vrienden van de Historie van de vakbeweging - binnenkort de enige club in Nederland zijn waar de vakbondsgeschiedenis centraal staat. Dat is een interessante gedachte, maar nog meer een belangrijke opdracht. Misschien dat de vergadertijgers de eerste tijd wat moeten wennen, maar zij die actief willen zijn, krijgen alle kansen.
Kees van Kortenhof